Header

Behandeling

  • 1896 – Fragment uit het weekverslag van 17 maart 1896 t/m 23 maart 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Medische dienst:
      •  Ernstige gevallen kwamen in deze week niet voor.
      • Thans werd voor het eerst de vrouwenziekenzaal (paviljoen 2) in gebruik genomen en een aanvang gemaakt met de plaatsing van nieuw ingekomen, rustige vrouwelijke patiënten op de ziekenzaal.
      • Voor nieuwe onrustige patiënten vrouwelijke patiënten is het waakzaaltje in de afdeeling voor zeer storende bestemd.
      • In de mannenpaviljoens is het waakzaaltje voor de bedverpleging van storende mannen reeds geruime tijd in gebruik geweest terwijl de ziekenzaal in paviljoen 1, nog niet in gebruik zal genomen kunnen worden, zoodra ook hier alles op regel is, en het drukkende tekort in personeel opgeheven zal zijn zal dit plaats vinden. Met verlangen wordt uitgezien naar den tijd, dat het personeel voltallig zal zijn.
  • 1896 – Fragment uit het weekverslag van 26 april 1896 t/m 2 mei 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Medische dienst:
      • A. Otte en Wijs die in het vorig rapport als bedlegerig zijn vermeld, moeten ook thans nog het bed houden. Bij A. Otte is enige verbetering, bij Wijs aanmerkelijke verbetering te constateren.
      • M. de Jonge die een paar dagen te bed gelegen heeft is spoedig weer opgestaan en aan den arbeid gegaan, doch sinds vertrokken.
      • Inmiddels is bedlegerig geworden H. Brouw, die vermoedelijk niet lang het bed zal behoeven te behouden.
      • Ook de keukenmeid A. Mosselaar, heeft in de afgelopen week den arbeid gedurende een halve dag moeten staken.
      • De patiënt Sik is weder opgestaan doch nog niet geheel hersteld.
      • Ook Soet blijft bij voortduring met de maag sukkelen.
    • Economie: Ook ontvangen werden extra dikke tasten ten gebruike voor storende patiënten.
  • 1896 – Fragment uit het weekverslag van 23 augustus 1896 t/m 29 augustus 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Medische dienst:
      • Van den geneesheer werd in deze week geen bijzondere hulp verlangd.
      • Een paar patiënten moest wegens verkoudheid en diarree het bed houden of behandeld worden, maar geen enkel ernstig ziektegeval van deze week waargenomen.
      • De voeding van den lijder Kooi blijft steeds moeite en zorg verschaffen.
    • Varia: Het omzetten van het terrein voor een boomgaard wordt geregeld voortgezet. De patiënten buitenwerkers hebben zich tot nu toe merendeels bezig gehouden met het brengen van bagger op het terrein voor het hoofdgebouw; Thans zijn zij begonnen met het transport van zand.
  • 1896 – Fragment uit het weekverslag van 6 september 1896 t/m 12 september 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Medische dienst: Nieuwe ziekte gevallen van beteekenis kwamen, afgezien van de verwonding van Kool, deze week niet voor. Krentje blijft nog steeds sukkelen; hoewel het lichaamsgewicht vrij constant blijft, is de digestie toch sterk gestoord. In den toestand van Martens is geen afdoende verbetering waar te nemen. Toestand van Kool blijft vrijwel onveranderd. Een paar vrouwelijke verpleegden moesten ook bedrust houden gedurende enkele dagen.
    • Varia: Antje Wol werd bezocht, de idioot uit Gasselte die door toedoen van Dr Ruysch en den Officier van Justitie in het Gesticht is opgenomen, wijl zij, volgens Dr Ruysch door haar moeder werd verwaarloosd. De overbrenging naar het Gesticht geschiedde tegen den zin der moeder en van den Burgemeester der gemeente. De Burgemeester vroeg mij dezer dagen per brief of ik het met hem eens was, dat de patiënte zonder nadelige gevolgen thuis kon worden verpleegd. Ik stel mij voor om over eenige tijd den officier.van Justitie toestemming te vragen, genoemde verpleegde met verlof huiswaarts te doen keren.
  • 1896 – Fragment uit het rapport van 18 september 1896 t/m 19 september 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Medische dienst: De wonden van Kooi zijn zoo als genezen. Toestand van Goes wordt een minder geruster dan gunstiger; lichaamskrachten nemen wel weinig, doch gaandeweg af. Juffrouw Birza was deze week bedlegerig met een digestie stoornis, evenzoo G. Diephuis.
  • 1896 – Fragment uit het weekverslag van 11 oktober 1896 t/m 17 oktober 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Medische dienst:
      • Soet neemt steeds in beterschap toe.
      • Kool gaat gaandeweg achteruit.
      • Ernstige ziektegevallen kwamen overigens niet voor.
  • 1896 – Fragment uit het weekverslag van 18 oktober 1896 t/m 24 oktober 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Medische dienst: De toestand van den lijder Kooi is steeds ongunstiger geworden.
  • 1896 – Fragment uit het weekverslag van 25 october 1896 t/m 31 okctober 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Medische dienst: Kool is Zondagmiddag 5 uur overleden. De begrafenis had niet hier, maar te Veenwouden plaats.
  • 1896 – Fragment uit het weekverslag van 22 november 1896 t/m 28 november 1896, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Opname patiënten:
      • Plaats gevraagd door Groningen van een man en een vrouw. Naar Veldwijk verwezen. Idem voor Woll te Borger-Compagnie voor een man. Zal bij open plaats bericht ontvangen.
      • Donderdag werd de Stichting bezocht door den Off. van Justitie en den Inspecteur Dr. Lubach ten einde de 4 het laatste kwartaal opgenomen patiënten te waarderen. De heren vonden alles in goede orde en hadden niet de minste opmerking.
  • 1896 – Fragment uit het verslag over het jaar 1896 door Geneesheer-directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven:
    • Veranderingen in het medico-chirurgisch instrumentarium. Geen verandering
    • De algemeene gezondheidstoestand der verpleegden.: De gezondheidstoestand was over het algemeen niet ongunstig. Regelmatig, eenmaal per maand wordt het lichaaamsgewicht der patiënten opgenomen om over het al of niet achteruit gaan een oordeel te kunnen vellen.
    • Bijkomende ziekten der verpeegden, mannelijke en vrouwelijke afzonderlijk: Mannen : Bronchitis 2, maagdarm cataract 3, Nefritis 1, Haemothoiden 1, Epididymitis 1, Conjunctivitis 1, Ots haematoom 1, Trauma Ma…,1, trauma capitis 1, Apoplexia cerebri 1, tandabces 1, decubitus 1, Ulcus causis 1. Vrouwen: Maagdarm cataract 8, Apoplexia ceribri 1, Favus capitis 2, Rheumatis Chronisch 2, Prolaps uteri 1.
    • De genees-en zielkundige behandeling: De Stichting wordt regelmatig bezocht door Ds.Zahn de predikant der Gereformeerde kerk te Vries. Met de voor toespraak geschikte patiënten wordt door hem gesprokken en gebeden. Zijne bezoeken worden door ieder op prijs gesteld.
    • De lijkopeningen: Van de 5 overleden patiënten zijn slechts op 2 op het terrein der Stichting begraven, de 3 anderen zijn huiswaarts vervoerd. Bij een van de 2 patiënten is lijkopening aangevraagd doch geweigerd.
    • Getal der verpleegden, zoo mannelijke als vrouwelijke, die  geschikt waren om te werken; Geschikt tot werken waren 50 mannen en 50 vrouwen. Voor allen arbeid ongeschikt waren: Ongeschikt waren 18 mannen en 11 vrouwen
    • Getal der verpleegden, zoo mannelijke als vrouwelijke aan wie doorgaande of geregelde arbeid verschaft is: Arbeid is verschaft aan 44 mannen en 49 vrouwen. Aan wie hiertoe de vereischte middelen niet verstrekt konden worden: Aan 6 mannen en 1 vrouw konden de vereischte middelen niet worden verschaft.
    • De voornaamste soorten van arbeid die door de verpleegden, zoo mannelijke als vrouwelijke, verricht zijn en het getal dergenen die met elke daarvan zijn bezig gehouden. Mannen: Buitenwerk 29, wasscherij 5, mattenvlechterij 4, tuinarbeid 3, huiswerk 1, verven 1, timmeren 1. Vrouwen: Linnenkamer 16, breien 12, Huiswerk 9, keukenwerk 9, naaien 3. Voor buitenwerk wordt verstaan kruien, transport van cokes, zand, steenen, enz. Voor keukenwerk wordt verstaan aardappelen schillen, vaten spoelen enz.
    • Vermeerdering of vermindering der dwangmiddelen: Dwangkleeren zijn niet aanwezig. Vermeerdering of vermindering der overige dwangmiddelen had niet plaats. De afzondering kamers werden, behoudens de gevallen als  gewone verblijf- of slaapkamertje gebruikt, waarbij de deur steeds open gelaten werd.
    • In getallen der verpleegden, zoo mannelijke als vrouwelijk, die en voor hoelang in cellen zijn opgesloten geweest: In afzonderingskamers zijn opgesloten geweest. Bij dag eenmaal 2 mannen, zelden 1 man, bij nacht eenmaal 1 man. Vrouwen zijn niet afgezonderd geweest.
  • 1897 – Fragment uit het weekverslag van 4 januari 1897 t/m 10 januari 1897, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Aanwezig op dato: 54 mannen en 54 vrouwen, totaal 108 patiënten
    • Dienst, gedrag, onderwijs en gezondheidstoestand: M. Kraai, is door eene der patiënten, vrouw Das, die nu zeer onhandelbaar is, in het haar gegrepen en op neus en hoofd geslagen, zoodat er eenen sterke neusbloeding volgde; en zij zware hoofdpijn kreeg, De patiënte bleef nog eenige tijd zeer onrustig, doch kalmeerde, toen zij eene natte inwikkeling kreeg, Deze scheen haar aangenaam te zijn.
    • Geneeskundige behandeling: Sloek wier chronisch maaglijden reeds meermalen is vermeld, gaat eerder achteruit dan vooruit. Vink met zijne borstkwaal blijft bedlegerig, weliswaar is geen levensgevaar, doch de toestand is niet geheel onbedenkelijk.
    • Arbeid: Behalve wel cokes transport, hielden de verpleegden buitenwerkers zich hoofdzakelijk met eenigen arbeid in de werkloods bezig.
  • 1897 – Fragment uit het weekverslag van 17 januari 1897 t/m 23 januari 1897, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Bijkomende ziekten: De verpleegde Vink, met chronische bronchitis reeds in het jaar vermeld, lijdt thans aan eene verheffing van zijne kwaal, Voedsel gebrek is ook gering; doch de koorts nog slechts matig.
    • Ontvluchting en zelfmoord: De eerste ontvluchting dit jaar had 22 x plaats. De verpleegde Pruil, die vroeger op Veldwijk is geweest en daar een paar maal is ontvlucht; en op wier deswege in het algemeen goed het oog werd gehouden, ging vrijdag 9.00 uur naar de wasscherij waar hij geregeld werkzaam is. Even daarna wil Pruil het Waschhuis verlaten. Het linnenmeisje T.J. v.d. Veen, die een boodschap aangenomen had, heeft of de buitendeur niet behoorlijk gesloten of de patiënt ongemerkt haar laten passeeren. De ontvluchting werd opgemerkt door mijne dienstbode thuis die terstond alarm maakte en de patiënt op zijn voetsporen door de sneeuw volgde. Na allerlei zigzag bewegingen verliet de patiënt achter het terrein. De bode Struiksma, die inmiddels te hulp geschoten was, volgde toen verder het spoor en zag weldra de lijder, die over het veld en door het bosch heen vluchtten, en wellicht nog ontkomen zou zijn, wanneer niet zijn spoor in de sneeuw het gemakkelijk hadden gemaakt hem te volgen. Toen de lijder ingehaald was wat geruime tijd duurde ging hij met eenig verzet mede terug zonder groote moeite. Inmiddels was ook Nijdam achterop gekomen, en heeft ook de lijder huiswaarts helpen brengen.
    • Geneeskundige behandeling: Bijzonderheden thans niet te vermelden. Een proef werd genomen met trional, het slaapmiddel dat in de laatste jaren veel gebruikt wordt.
    • Lichamelijke verzorging: Nog deze week bleek mij dat het personeel; nog niet genoeg doordrongen is van de waarheid, dat elke onreinheid op het hoofd van eene lijder bewijst, dat de verzorging niet voldoende was. Een aanklacht tegen het personeel kan vermeden worden. Weliswaar, was er geen epidemie, als reeds tweemaal in paviljoen 1 is waargenomen, maar er bestonden een paar geïsoleerde gevallen die aan mij niet waren medegedeeld; en die daarom wel behandeld waren, maar niet grondig genoeg.
    • Arbeid: Scherpe wind is er ontstaan en hebben het werk belemmerd. Er werd opdracht gegeven de sneeuw op te ruimen, maar den arbeid had weinig succes. De arbeid in de werkplaats is van weinig beteekenis, omdat het daar nog aan behoorlijk bericht aangaande leiding ontbreekt. De pas benoemde timmerman heeft mij bericht over 3 weken te zullen komen.
    • Afzondering: Eene der vrouwelijke verpleegden is deze week geregeld afgezonderd geworden, van het geval maak ik evenwel geen melding in het afzondering register, wijl niet zoozeer de toestand der patiënten maar in hoofdzaak het feit dat haar gewoon kamertje wegens het opnemen der temperatuur gesloten moest blijven de oorzaak was, dat zij in een isoleerkamertje onder dak is gebracht. Met een paar dagen betrekt zij haar kamertje weer.
  • 1897 – Fragment uit het weekverslag van 14 februari 1897 t/m 20 februari 1897, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Personeel:
      • In het begin van de week arriveerde de timmerman-mattenvlechter Telder, waardoor het mogelijk was het buitenwerk en arbeid in de loods beter te regelen. Aan het personeel werd bekend gemaakt dat de timmerman Telder door het Bestuur belast is met de leiding van alle arbeid in de timmerwerkplaats en mattenvlechterij.
      • Nijdam is door mij tijdelijk belast met de leiding van het buitenwerk.
      • De verpleger, die in paviljoen 3 den geheelen dag buitenwerk heeft zal voorlopig onder leiding van Telder in de mattenvlechterij werkzaam zijn. Den verpleger of zijn plaatsvervanger blijft mede aansprakelijk voor de goede orde en netheid in de werkloods.
      • Hij zal zaterdagmiddag de timmerman behulpzaam zijn in het reinigen der loods
    • Bijkomende ziektes: Patiënt Bed toestand leed aan Otitis media en Engeltje Schoon aan retentio urinae.
    • Geneeskundige behandeling: Patiënt Bed toestand was van dien aard, dat een waarschuwen van de familie door mij noodzakelijk werd geacht.
  • 1897 – Fragment uit het weekverslag van 30 mei 1897 t/m 5 juni 1897, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Mutatie: Aanwezig op dato: 53 mannen en 55 vrouwen.
    • Gezondheidstoestand: Patiënt Swoel sinds lang ernstig krank wordt steeds zwakker en zwakker, zoodat het einde nabij is.
    • Arbeid: Het transport van de dennennaalden over de wegen voor het Hoofdgebouw is afgelopen. Begonnen is met het transport van puin dat zich bevindt bij het nieuwe vrouwen paviljoen (paviljoen 4); en met het afgraven en transporteren van boomwortels en zand van de nieuw te bouwen huisjes moeten komen.
  • 1897 – Fragment uit het weekverslag van 10 juni 1897 t/m 12 juni 1897, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Verpleegden: Aanwezig op dato 52 mannen en 56 vrouwen
  • 1897 – Fragment uit het jaarverslag van 1897, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Mutatie: In de maand December 1897 zijn verpleegd 54 mannen en 56 vrouwen.
    • Gewerkt:
      • Van de mannen werkten niet 27, ongeregeld 6 en geregeld 21
      • Van de vrouwen werkten niet 19, zelden 4, ongeregeld 7 en geregeld 23
      • Een man hield zich volledig bezig met timmeren, 2 met huiswerk, 19 met buitenwerk en 5 met werk in het waschhuis
      • 7 vrouwen hielden zich bezig met breien, 3 met naaien, 4 met huiswerk en 7 met keukenwerk en 13 werk in de linnenkamer
  • 1898 – Fragment uit het weekverslag van januari 1898, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Gezondheid: De gezondheidstoestand der verpleegden laat ook nog al eens te wenschen over. Eenige patiënten liggen met koorts en andere ziekte verschijnselen te bed als Krab, Stien, Kroeg en vrouw Tissing. Een der mannelijke patiënten Bakker is zeer verzwakt, zoodat wijl er gevaar voor het leven dreigde de familie gewaarschuwd is die den lijder dan ook reeds bezocht.
    • Bijzonderheden: Een der patiënten, die ons reeds meermalen ontvluchtte, onttrok zich ook deze week tijdens het buitenwerk aan het toezicht van het personeel. Een tweetal verplegers die naar zijn woonplaats gezonden werden brachten hem s’ nachts om 3 uur weder terug.
    • Arbeid: De werkzaamheden van de patiënte die met buitenwerk bezig waren bestonden hoofdzakelijk in het transport van cokes naar de kelders der paviljoenen.
  • 1898 – Fragment uit het weekverslag van 9 januari 1898 t/m 15 januari 1898, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Gezondheidstoestand: Der patiënten bleef vrijwel gelijk aan die der vorige week. Nagenoeg dezelfde lijders en lijderessen die toen te bed lagen, zijn nog lijdende. De ernstig zieke Karel, bij wien reeds gewaakt werd, is overgeplaatst naar de ziekenzaal.
    • Bijzonderheden:
      • Een der patiënten Kootjes trachtte een paar maal te ontvluchten en wijl hij krachtig is en het personeel voor hem bevreesd scheen te zijn gelukte het hem bijna. Waarschijnlijk zal het noodzakelijk zijn dat het paviljoen voor onrustigen hem moeten nemen omdat hier het personeel krachtiger en beter geoefend personeel wordt geplaatst.
      • De patiënte Antje was een paar malen zeer storend voor haar omgeving.
      • De op dezer ingekomen patiënt Boon, was zeer onhandelbaar en moeilijk te leiden; hij was zo woelig en druk, dat een cellen krib in het kamertje geplaatst is en een paar maal tot afzondering overgegaan moest worden.
      • Een ander mannelijk lijder, Kool, epilepticus, toonde neiging om agressief op te treden en scheen zelfs, zulks was door de familie bericht moordzuchtige plannen te hebben. Gelukkig is deze patiënt die ook al eens gepoogd heeft te ontvluchtten nu wat rustiger en gemakkelijker te leiden.
    • Arbeid: De arbeid van de buitenwerken bepaalde zich ook deze week tot het transport van cokes.
    • Afzondering: Een tweetal mannelijke patiënten moest afgezonderd worden.
  • 1898 – Fragment uit het weekverslag van 15 januari 1898 t/m 22 januari 1898, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Gezondheid:
      • De gezondheidstoestand van de patiënten mocht niet gunstig genoemd worden; wel zijn enkele verpleegsters die in het vorige rapport zijn genoemd weder opgestaan. Daar tegenover staat dat bij anderen ook koorts werden waargenomen.
      • Een jeugdige patiënt juffrouw. Engelen kreeg tijdens een toeval een hoofdwond die voorspoedig geneest.
      • Jonker is vanmiddag 3 uur overleden en vrijdag hier ter aarde besteld.
    • Lichamelijke verzorging:
      • De reiniging van douche baden blijft goed voldoen.
      • Aan het voorkomen van onzindelijkheid wordt thans in de meerderheid der paviljoenen zeer veel zorg besteed.
      • In paviljoen 4 is op het slaapzaaltje voor de storenden een stilletje geplaatst, om te voorkomen dat de patiënten, die op een pot moeten en geen lust hebben het nabijgelegen privaat op te zoeken, hun urine op de grond deponeeren. Aan het personeel is de aanwijzing verstrekt dat het stilletje steeds schoon moet zijn en na elk gebruik, geledigd en gereinigd moet worden. Elke oppositie tegen de plaatsen van een stilletje wordt daarmee afgesneden. Om het rieken der privaten zoveel mogelijk te voorkomen is turfstrooisel besteld.
  • 1898 – Fragment uit het weekverslag van 22 januari 1898 t/m 29 januari 1898, geschreven door Geneesheer-Directeur dr. J.H. Schuurmans Stekhoven
    • Arbeid:
      • Van de 92 vrouwen werkten geregeld 27 ongeregeld 23, Zelden 1 niet, 9 vrouwen hebben gebreid, 5 genaaid, 12 huiswerk, 13 in de keuken en 12 in de linnenkamer en 13 met aardappels schillen.
      • Van de 84 mannen werkten er geregeld 26, ongeregeld 12, zelden 2 en niet 44. 2 mannen hielden zich bezig met timmeren. 6 met huiswerk. 21 met buitenwerk. 7 met aardappel schillen.
      • Correspondentie: Van dr. Schermers werd nevenstaande brief ontvangen Het door hem genoemde bezwaar deel ik wel. Ik stel derhalve voor de waakkamer 1/2 of 3/4 meter breeder te maken wat een vermeerdering der kosten van fl 500,– zou medebrengen.
  • 1908-10-?? – Fragment uit notulen Stichtingsraad
    • De heer Heemskerk vraagt of er klachten zijn van het personeel over het samen eten met de patiënten. De enquête commissie vroeg hiernaar aan ieder verpleger en verpleegster. Niemand klaagde. De GD hoorde er vroeger wel van; nu nooit meer op een geval na. De oorzaken, dat hij er vroeger wel en nu niet meer van hoorde zijn:
      • 1. de verpleging is steeds beter geworden, en daardoor zijn de patiënten ordelijker;
      • 2. als patiënten te onhebbelijk zijn mag het personeel vooraf of later eten; hiervan wordt heel zelden gebruik gemaakt;
      • 3. de meeste onsmakelijke etende patiënten zijn meestal al in bedverpleging, en komen dus niet aan tafel maar eten toch apart. Zoo zijn in paviljoen 14 van de 27 patiënten hoogsten 4 aan tafel. Dat eene geval gold ook een patiënte, die tenslotte ook in bedverpleging is genomen.
  • 1910-12-07 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Besluit Centraal Bestuur:
      • Dat de volle verantwoordelijkheid van de apotheek  bij de Geneesheer Directeur berust.

1910.00 – Bedtherapie: in de periode 1900 tot 1920 werd er veel verwacht van bedrust. De zieke hersenen van de patiënt moesten tot rust komen en dat kon het beste in bed. De verpleging vond plaats op zalen

1911.00 – Arbeid

  • 1912 – Fragment uit Inspectierapport door Geneesheer-directeur dr. P. Wieringa:
    • Hoe dikwijls is elke patiënten gebaad/hoe dikwijls bovendien van lijfgoed gewisseld? Eens per week. Patiënten die onzinnelijken zijn worden telkens direct verschoond en gereinigd.
    • Welke uitbreiding onderging het instrumentarium voor het geneeskundig onderzoek of de medische behandeling? Aangeschaft werden: een serie maagsondes, 1 vorkblazer, verschillende pincetten, eenige brillenglazen, een koorntang, een kogtang, een onderhuidsche infusie apparaat, Boosi’s dilatoren, 1 oorspuit, een uitkoker voor naalden.
    • Welke bijzonderheden zijn ten aanzien te vermelden? Bij onrustige patiënten worden natte inwikkelingen en geprotraheerde baden toegepast.
    • Hoeveel verpleegden zijn gemiddeld per dag aan de bed behandeling onderworpen? 58 mannen en 102 vrouwen.
    • Welke methoden van behandeling zijn toegepast bij scheuren onzinnelijkheid, neiging tot ontkleeden? Bij neiging tot scheuren en uitkleden werd de patiënt wordt bed behandeling toegepast onder streng toezicht; zoo noodig worden de patiënten eenige tijd vastgebonden. Onzinnelijk patiënten worden geregeld tot het voldoen aan hunnen behoefte behoefte aangespoord. Zij liggen daartoe onder de waak.
    • Werd de arbeid der verpleegden nog op wijze beloond, zoo ja, wat valt te dezen aanzien te vermelden? De mannen patiënten die geregeld werken ontvangen tabak, sigaren en pijpen. De werkende vrouwen ontvangen eau de cologne, pepermunt of eenige andere versnapering in keuken en linnenkamer. Die in keuken en linnenkamer maken, behalve de andere uitstapjes een extra uitje per tram onder leiding van de huismeesteres.
    • Wat valt ten aanzien van familiebezoek en de correspondentie der verpleegden op te merken? Alles had hierbij een geregeld verloop. Slechts eens moest een bezoek worden onderbroken doordat een onrustige patiënte hare zuster begon te slaan.
    • Hoe dikwerf werd naar raming gemiddeld per week gewandeld? Zoo mogelijk wordt dagelijks gewandeld.
  • 1912-01-10 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Medegedeeld wordt dat de verpleegster Hendrikje Goer op Dennenoord ziek is geworden en met vervroegde vacantie naar Lutten is gezonden, Het bleek dat zij zieker was dan vermoed werd. Buikvlies ontsteking is er uit ontstaan en daaraan is de lijderes bezweken. Nu is zenden naar Lutten geheel te goeder trouw geschied, al moet van achteren worden geconstateerd, dat het beter geweest was, zoo dit niet had plaats gevonden. Dr. Flach schreef de ongesteldheid aan nervositeit toe en de patiënte werd dan ook niet beschouwd als een ernstige zieke. Maar nu blijkt, dat Dr. Flach zich heeft vergist en er iets ernstigers achter heeft gezeten. De familie van de overledene vraagt nu om betaling van de doktersrekening groot fl 80,–. De verdere kosten, die vermoedelijk het dubbele zullen bedragen, wil de familie betalen, o.a. een consult van Dr. Frank. De Geneesheer Directeur stelt voor die fl 80,– te betalen. Haar salaris is uitgekeerd tot en met de dag van overlijden. Waartoe wordt besloten.
  • 1915-06-29 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Ds. Smitt doet het voorstel, wegens het buitenwerking zijn van onze eigen boekbinderij, een boekbinder van elders te laten komen om onze Stichting eenige maanden (een dag per week) te ontbieden. De kosten zullen ongeveer fl 25,00 bedragen. De Stichtingsraad gaat met dit voorstel mede en besluit dit bedrag bij het Bestuur aan te vragen.
  • 1915-10-26 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Het weekgeld voor de gezinsverpleging te verhogen wordt niet noodig geacht.
  • 1916-07-04 – Fragmenten uit notulen Stichtingsraad:
    • Dat het Stichtingsbestuur besloten heeft dat de kostgelden voor de gezinsverpleging zijn gebracht van fl 275,00 op fl 290,00 per jaar.
    • Behandeld wordt de begrooting. In verband hiermede wordt de wenselijkheid te ter sprake gebracht des zondags wittebrood te verstrekken (kosten fl 1600,00 per jaar).
  • 1918-07-08 – Fragmenten uit notulen Stichtingsraad:
    • De voorzitter deelt mee dat binnen is gekomen een schrijven van het Algemeen Bestuur, waarin wordt medegedeeld dat dit jaar geen inspectie zal worden gehouden.
  • 1920-11-01 – Fragmenten uit notulen Stichtingsraad:
    • Omtrent Zuster Siebring zal haar worden voorgesteld haar zonder uitkering van salaris voorloopig hier te blijven verplegen, aangezien zij geen goed ouderlijk thuis heeft terwijl zij zelve op zich zal nemen, naar een andere betrekking of plaats uit te zien.
  • 1921-04-11 – Fragmenten uit notulen Stichtingsraad:
    • Voor mej. Sybring was vooreerst te Sonnevack geen plaats, Geïnformeerd zal worden te Bethesda (Hoogeveen). Het Stichtingsbestuur schreef dat zij alleen mag worden verpleegd te Sonnevanck, zo er gegronde hoop is op verbetering. Wordt met de behandelend geneesheer gecorrespondeerd.
    • Dr. Wessels vraagt een tuberculose cursus te Groningen te mogen volgen. Wordt door gezonden.
  • 1921-05-17 – Fragmenten uit notulen Stichtingsraad:
    • De voorzitter heeft geïnformeerd voor Zuster Sybring naar de kosten te Bethesda zonder geneeskundige behandeling. Zijn die iets minder dan te Sonnevanck. Het maakt dus weinig verschil.
    • Daar Zuster Sybring zelf liever naar Sonnevanck wil de Stichtingsraad haar daar heen te zenden.
    • Omtrent het aantal plaatsen is het advies van de inspecteur dat dit zal bedragen 240 mannen en 368 vrouwenplaatsen.
  • 1921-07-05 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • De voorzitter deelt mede uit de vergadering van het Stichtingsbestuur op 20 mei:
      • Dr. Wierenga deelt mede dat ingevolge Koninklijk Besluit van 16 juli 1921 alhier verpleegd mogen worden 242 mannen en 370 vrouwen.
  • 1923-09-26 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Het Linnenmeisje K. Wolthuis, vraagt die thuis ziek werd en een dokter en apothekers rekening kwam brengen voor vergoeding.

Jaren 20.01 – TBC kamer in paviljoen 4, Randwijk (Foto: Maaike Schuitema)

Jaren 20.00 – TBC kamer in paviljoen 4, Randwijk (Foto: Maaike Schuitema)

Jaren 20.00 – Arbeidstherapie. De verpleegden werden voor de wagen gespannen

  • 1926-09-02 – Fragmenten uit notulen Stichtingsraad:
    • De verpleegster B. Stevens, reeds lang lijdende aan TBC doet wel enige dienst, maar wordt daarin belemmert door hoesten en opgeven. Zij is in de vakantie onderzocht door Dr. Vos, Geneesheer Directeur van het Sanatorium te Hellendoorn, die verpleging in die een Sanatorium aanraadt. Gevraagd zal worden haar te doen verplegen in Sonnevanck.
    • Besproken wordt het ongeval patiënt Vos. De Stichtingsraad is van oordeel dat de verantwoordelijkheid thuis berustte bij de ouders, zoodat verpleger Bos kan worden gehandhaafd.
  • 1928-10-30 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Besproken wordt de verdeeling van de paviljoenen onder de doctoren; voorgesteld zal worden. Dr. Bouman 6, 8, 12, 14. Dr. de Groot de overige vrouwen paviljoenen, behalve pav.2, dat Dr. Wierenga zal behouden terwijl hij een mannenpaviljoen zal overnemen van Dr. Hutter, die de overblijvende mannen paviljoenen behoudt. Dr. de Groot zal de buitenpraktijk waarnemen.
  • 1929-05-30 – Fragmenten uit notulen Stichtingsraad:
    • Mededelingen Stichtingsbestuur:
      • Besproken wordt het instellen van een open afdeling nu de gemeente ook voor patiënten in open afdeling zullen betalen en Beileroord er een krijgt acht de Stichtingsraad ze ook voor Dennenoord noodig.
      • Voorgesteld zal worden de gediplomeerde verpleegster B. Boerema in het Academisch Ziekenhuis te Groningen verder voor rekening van Dennenoord te laten verplegen, wanneer de betaling door onderlinge hulp op houdt.
  • 1929-10-25 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Mededelingen Stichtingsbestuur:
      • De verandering van het morgenrapport, ingaande 21 october de instelling van een 3e buitenploeg.
      • Daarna volgt een bespreking over de uitbreiding der arbeidstherapie, waarbij ook de kwestie der beloningen onder de oogen moet wordt gezien.
      • Het ziekenhuis Bethesda te Hoogeveen blijkt er lijders aan besmettelijke ziekten onder het personeel te kunnen opnemen. Hier naar is geïnformeerd mede naar aanleiding van een schrijven van Prof. Lindeboom.
  • 1929-12-11 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Op de werkzaal van het nieuwe paviljoen¹ komt boekbinden het meest in aanmerking; gepaard daarmee cartonage werk.
      • ¹ nieuwe paviljoen = paviljoen 15 (Veldwijk)
    • De stokers vragen hulp. Besloten wordt een proef te wagen met patiënten hulp.
  • 1930-02-13 – Fragmenten uit notulen Stichtingsraad:
    • Mededelingen Stichtingsbestuur:
      • Een proef zal genomen worden met het aardappel schillen door vrouwen te doen geschieden, in paviljoen 12.
      • De in paviljoen 15 aangevatte werkzaamheden, bestaande in boekbinden blijken goed te gaan en met animo verricht te worden.
  • 1930-04-09 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • De te werkstelling van een trekploeg, waarvoor wel patiënten beschikbaar zijn.
    • De mogelijkheid een aparte ploeg te maken voor moestuinwerk wordt onder oogen gezien.
    • Daarna wordt nog eenige tijd stilgestaan bij de mogelijkheid van thee zetten op die paviljoenen, die thans dit nog niet doen.
    • Ds. van der Laan zou graag wat meer voorlichting hebben voor zijn arbeid onder patiënten.
  • 1930-05-08 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Mededeling Stichtingsbestuur:
      • Goedkeuring sanatorium behandelen van Zr. J. Blok voor rekening van Dennenoord.
      • Ook wordt nog gesproken over mogelijkheden voor uitbreiding der gezinsverpleging hier in Zuidlaren weinig gelegenheid blijkt te bieden.
  • 1930-06-05 – Fragment uit notulen Stichtingsraad:
    • Besloten tot het aanleggen van een tennisbaan te begroten fl 1500,00 inbegrepen de grondwerken te verrichten door patiënten. Behoudens goedkeuring van het Centraal Bestuur. De gebruikers zullen jaarlijks 10% van de aanleg hebben te betalen.
  • 1931-07-15 – Voorstel Voeding
  • 1931-12-?? – Rapport Voeding

Jaren 30.00 – Arbeidstherapie – Het wasgoed wordt centraal gewassen in de wasserij, en met een draag kruiwagen door de patiënten naar de paviljoens vervoerd. De man met de stropdas is de Plaa, eerst was hij verpleger, later buitenwerker

  • 1939-02-11 – Status Zr. A. Smith
  • 1939-02-16 – Status Zr. A. Smith
  • 1939-06-12 – Geachte Mej. A. Smith
  • 1939-06-15 – Status Zr. A. Smith
  • 1939-06-30 – Status Zr. A. Smith
  • 1939-07-11 – Over dochter A. Smith
  • 1939-09-23 – Brief van Dr. Wetter aan den Burgemeester
  • 1939-09-12 – Bijdrage verpleegkosten Zr. A. Smith
  • 1939-09-19 – Bijdrage verpleegkosten Zr. A. Smith
  • 1939-10-07 – Subsidie verpleegkosten Zr. A. Smith
  • 1939-10-11 – Subsidie verpleegkosten Zr. A. Smith
  • 1939-11-10 – Ontslag Sanatorium Zr. A. Smith
  • 1939 – Fragment uit Rapport Stichtingsbestuur van Dennenoord over 1939:
    • a. UITVOERING VAN BIJZONDERE OPDRACHTEN.
      • 3. De voormalige huiskamer en slaapkamer van het hoofd van paviljoen 1 (Overbosch) werden ingericht tot een röntgenkamer en donkere kamer.
  • 1940-02-27 – Fragment uit notulen vergadering Geneesheeren-Directeur:
    • 1. Opening. Aanwezig de geneesheeren-directeur van de Stichtingen en de hoogleeraar-directeur van de Valeriuskliniek. Woord van welkom, in het bijzonder tot den heer Bouman, voor het eerst aanwezig als geneesheer-directeur van ‘Vogelenzang’ en feliciteert Dr. van Andel met diens herstel. De Voorzitter herinnert aan de in Augustus 1939 uitgebroken oorlog en aan de mobilisatietoestand, waaruit allerlei moeilijkheden, ook voor onze Stichtingen voortvloeien. Deze zaken tesamen, met gebrek aan opdrachten van het Centraal Bestuur, zijn redenen, waarom pas nu weer een vergadering staat gehouden te worden.
    • 4. Ingekomen stukken.
      1. Brief 8/55 d.d. 24 Jan. 1940 van het Centraal Bestuur betreffende de voeding personeel, met verwijzing naar een in December 1931 door een commissie, in opdracht van het Centraal Bestuur, uitgebracht rapport over de voeding op onze Stichtingen. De voeding van het personeel (en ook van de patiënten) wordt over het geheel voldoende geacht. De voeding kan niet precies gelijkgeschakeld, omdat op elke elke Stichting met bijzondere factoren gerekend moet worden. Van veel belang is de kwaliteit van het brood. Een eigen bakkerij, waardoor mogelijkheid geboden wordt, versch brood van goede kwaliteit te kunnen geven, is van meer belang dan de belegging; zelfs de behoefte aan belegging wordt veel geringer. De hoeveelheid van belegging goed voor 2 à 3 boterhammen voor het personeel is voldoende, maar wel is van belang te letten op variatie. De belegging moet niet ontaarden in steeds meerder gebruik van zoetigheden als hagelslag en jam. De worstbelegging gaf in een paar gevallen aanleiding tot klachten. Op één Stichting gaf de contrôleproef als resultaat te veel meel en op een andere Stichting, mo est een vrij groote partij als ondeugdelijk teruggezonden worden. De wenschelijkheid van een eigen centraal-keuringstation met een apotheker als leider, wordt naar voren gebracht, maar de meesten zijn van meening, dat voor een Stichting de beste oplossing is, een eigen slagerij te bezitten, zoowel voor de belegging van de boterham, als voor de kwaliteit van het middageten. Voor de samenstelling van het middageten wordt nog eens gewezen op het groote belang van een goede keukenjuffrouw. Het antwoord op de ons gestelde vraag, of verbetering in de voeding onvoldoende geacht moet worden, luidt: neen. Ten overvloede kan gezegd, dat nòch bij eenige directie, nòch bij eenige inspectie-commissie, klachten over de voeding zijn binnengekomen.
    • 5. Invaliditeitsuitkeering. Aan de orde komt de vraag van een der geneesheeren-directeur, over de mogelijkheid van invaliditeitsuitkeering aan personeel, dat in een tbc-afdeeling gewerkt heeft en wegens een tbc-aandoening, volgens de ziekteregeling ontslagen mo et worden. Deze vraag betreft personeel, dat vóór plaatsing op een tbc-afdeeling, in het bezit is van een positieve Pirquet, bij doorlichting en keuring geen enkele afwijking vertoont en volkomen gezond geacht moet worden. Volgens de thans geldende bepalingen wordt als regel na een half jaar ziekte ontslag gegeven, zonder dat in invaliditeitspensioen is voorzien. Alle leerlingen, of gediplomeerden niet in de formatie, vallen hier zeker onder. De vergadering is van oordeel, dat bij tbc in overleg met het Centraal Bestuur, elk geval op zichzelf beoordeeld en zoo lang mogelijk de verzorging en verpleging behartigd moet worden. De erkenning in en door den dienst behoort niet te geschieden; tenslotte is het verpleegstersberoep een taak met risico, terwijl het verband nooit met absolute zekerheid te bewijzen is. Officieel moet men niet vastleggen. Natuurlijk is men verplicht maatregelen te nemen in de Stichting, door de patiënt(e) zoo veel en zoo vroeg mogelijk in een aparte afdeeling onder te brengen en een stevige medische contrôle op het personeel uit te oefenen (bloedbezinking! doorlichting! enz.) De eindconclusie is dat, hoewel het gevoel er soms tegen op ko mt, geen mogelijkheden gezien worden, invaliditeitsuitkeering te geven aan personeel, dat in tbc-afdeelingen gewerkt heeft en wegens een tbc-aandoening volgens de ziekteregeling ontslagen moet worden.
    • 6. Rondvraag. Door een der aanwezigen wordt de opmerking gemaakt, dat het kwantum suiker, dat aan personeel en patiënten verstrekt wordt, van 100 gram voor thee en koffie, wel als zeer weinig aangemerkt moet worden. Slechts een der aanwezigen, zou in de gegeven omstandigheden de hoeveelheid willen vermeerderen.
  • 1940-05-21 – Bewegingsvrijheid van het personeel
  • 1940-10-8t/m14 – Personeel door tuberculose aangetast
  • 1940-10-23 – Fragment uit notulen vergadering Geneesheeren-Directeur:
    • 5. Personeel door tbc aangetast, naar aanleiding van een ingekomen brief van het Centraal Bestuur No. 8/728 d.d. 8/14 Oct. 1940. Voor het grootste deel is de beantwoording van dezen brief reeds te vinden in de notulen der vorige vergadering op 27 Febr. 1940. De inhoud en vraagstelling van den brief wordt daarin bijna geheel behandeld, naar aanleiding van een vraag om invaliditeitsuitkeering bij tbc, gesteld door een van de geneesheeren-directeur. Na uitvoerige bespreking komt de vergadering ongeveer tot dezelfde conclusie, welke tevens als antwoord op den bovengenoemden brief 8/728 d.d. 8/14 Oct. j.l. kan dienen. In de eerste plaats behoort de Stichting, bij tbc van personeelsleden zoo lang mogelijk de verzorging en verpleging te behartigen, het liefst zoolang tot ze beter zijn. Alle andere hulpbronnen kunnen daarbij aangeboord worden, maar de Stichting behoort dit personeel zoo lang mogelijk vast te houden. Een afzonderlijke ziekteregeling voor den duur van een verpleging in een sanatorium is dan ook niet aan te bevelen, daar elk geval op zichzelf beschouwd moet worden, o.a. met behulp van medische rapporten. Na herstel behoeft in den regel geen ondersteuning plaats te vinden. Men kan wijzen op het zoeken van een andere werkkring, of soms zal de Stichting dergelijk hersteld personeel zelf weer in dienst moeten nemen. Een recht op ondersteuning moet zeker niet in een relement vastgelegd worden. Ook hier moet elk geval op zichzelf worden beschouwd, de mogelijkheid tot steun mag aanwezig zijn, maar het personeel moet dat niet als een recht uit een reglement kunnen halen. Dan zou de deur als het ware wijd worden opengezet en weet men niet waar men aan toe is. Dit geldt ook bij invaliditeit. De mogelijkheid van een invaliditeitsuitkeering mag opengelaten worden, maar men moet geen vasten regel stellen en ieder geval op zichzelf beschouwen. De in den brief bedoelde omkeering van de bewijslast ten aanzien van het ontstaan der tbc-aandoening in en door den dienst, voor personeel in vasten dienst, is niet aan te bevelen. In het algemeen geldt, dat het door tuberculose ziek worden, uitsluitend tengevolge van het beroep, niet met absolute zekerheid is te bewijzen en officieel moet men daarover niets vastleggen.
  • 1940-10-29 – Personeel door tuberculose aangetast
  • 1941 – Fragment uit Rapport Stichtingsbestuur van Dennenoord over 1941:
    • a. UITVOERING VAN BIJZONDERE OPDRACHTEN.
      • 2. Paviljoen 4 (vrouwen lijdende aan t.b.c.) werd uitgebreid met een 4-tal separeerkamers (als galerij uitgebouwd in de tuin).
      • 3. Na verkregen toestemming van de Inspectie (Juni 1941) en van het Regeeringscommissariaat van den wederopbouw (Augustus 1941) en na ontvangst van de toewijzingen voor het benoodigde materiaal werd begin September een aanvang gemaakt met de verbouwing van pav. 3 (bestemd voor mannen lijdende aan t.b.c.).
    • d. GANG EN TOESTAND DER STICHTING.
      • 3. In geleidelijk toenemende mate ondervond de Stichting de moeilijkheden van de beperking van het verkeer per bus, auto en spoor. De voedselvoorziening en brandstoffenvoorziening waren het geheele jaar door voldoende. Het bezit van eigen boerderij (met gemengd bedrijf), moestuin, bakkerij en slagerij geeft vooral in deze tijd groote voordeelen.
      • 4. In Augustus werden personeel en patiënten systematisch röntgenologisch onderzocht op tuberculose. Dr. P. Brouwer, Directeur van het Districts-Consultatiebureau (uitgaande van de Drentsche Vereeniging tot bestrijding der tuberculose) heeft te zamen met Drs. Speelman (die 7 maanden lang één dag per week in het Academisch Ziekenhuis te Groningen bij Dr. Keijser heeft gewerkt en thans één dag per week werkzaam is op het Consultatiebureau te Assen) 1263 doorlichtingen verricht. Bij 9 mannen en 8 vrouwen werd de reeds gestelde diagnose bevestigd. Bij 7 mannen en 5 vrouwen werd een niet vermoedde t.b.c. ontdekt. Bij 4 van de 7 mannen ging het zelfs om zware gevallen, één van de 5 vrouwen was eveneens ernstig. Bij het personeel werden geen nieuwe gevallen aan het licht gebracht. Aan het einde van het jaar waren totaal aanwezig 451 mannen. Daarvan waren lijdende aan t.b.c. 13 mannen (2.8%) Totaal waren aanwezig 535 vrouwen, waarvan 16 lijdende waren aan t.b.c. (2.9%). Verder waren in dienst 195 verpleegsters, waarvan 5 lijdende waren aan t.b.c.. Van het overige vrouwelijke personeel was lijdende aan t.b.c. 1 linnenmeisje. Onder het mannelijk personeel kwam geen t.b.c. voor.
      • 5. In December werd in pav. 9 de gemengde verpleging ingevoerd. In 5 van de 8 paviljoenen voor mannen werken thans verpleegsters. In dienst zijn nog slechts 2 echtparen en 1 als hoofdverpleger fungeerend uitwonend gehuwd verpleger.
      • Nieuw ingekomen zijn: 128 patiënten (in 1940: 187, in 1939: 211).
      • Vertrokken zijn: 171 patiënten (in 1940: 128, in 1939: 2171).
      • Teruggekeerd van verlof: 17 patiënten (in 1940: 13, in 1939: 18)
      • Overleden zijn: 77 patiënten. (in 1940: 75, in 1939: 63)
      • Gevallen van zelfmoord kwamen niet voor.
      • Op 1 Januari 1941 werden in Gesticht en San. te zamen 961 patiënten verpleegd. In gezinsverpleging waren 41 patiënten. Op 31 December 1941 werden in Gesticht en San. te zamen 953 patiënten verpleegd. In gezinsverpleging waren 33 patiënten.
  • 1949-05-22t/m28 – Fragment Rapport Geneesheer-Directeur nr. 21:
    • Arbeid door Verpleegden: In de mattenvlechterij werkten 14 m., in de boekbinderij 8, in de timmerafdeling 3, in de schilderswinkel 1, in de kleermakerij 1, in de matrassenmakerij 2, in de schoenmakerij 1, in de stille bedrijven 17, in de bakkerij 1, in de centrale keuken 2, in de schilkamer 1, in het levensmiddelenmagazijn 1 en in de wasserij 3 m. Bij het aardappelenschillen waren werkzaam 53 vr., in de mangelzaal 26, in de strijkzaal 7, in de naaikamer 43, met breien en stoppen 92 en met het huishoudelijk werk in de paviljoenen 51 vr. In de mattenvlechterij werden 28 cocosmatten vervaardigd; in de boekbinderij 31 boeken gebonden; in de timmerafdeling kruiwagens en gereedschappen gerepareerd, houten onder wasmanden gezet en gaas gevlochten; in de stille bedrijven 2 cokesmanden, 3 pr. pantoffels, 6 pitrietmandjes vervaardigd, betonankers gedraaid en touw geknoopt. Bij het buitenwerk waren 177 m. werkzaam; zij kruiden sintels en werkten een de verharding van de wegen, klopten puin, schoffelden de aardappelkampen, harkten en schoffelden op het terrein, maaiden gazons, werkten op de vloeivelden, de boerderij, etc.
  • 1953 – Momentopname; Werkbezoek prof. v.d. Scheer aan Dennenoord

Jaren 50.00 – Gezinsverpleging: bij fam. Miedema

1987.00 – 24 maart 1987 NvhN

Isoleren//separeren

Isoleren en separeren

De begrippen isoleren en separeren hebben een lange en bewogen geschiedenis.
Dit is begrijpelijk omdat het over uitsluiten c.q. insluiten van de ene mens door de andere mens gaat.
De betekenis die hieraan werd gegeven veranderde in de loop van de tijd.
In de negentiende eeuw werden de patiënten bij wie een hoog risico werd ingeschat van beschadiging van zichzelf of een ander opgesloten in geïsoleerd liggende celblokken, die van tralies waren voorzien en vaak vochtig en onverwarmd waren.
In de twintigste eeuw werden de afzonderingskamers en isoleercellen ondergebracht in de paviljoenen.
Hiermee leken de belangrijkste bezwaren tegen het eenzaam opsluiten van patiënten, zoals het risico van verwaarlozing of verergering van hun geestesziekte als gevolg van extreme afzondering ondervangen.
De afzonderingskamer was vlakbij een gemeenschappelijke ruimte gesitueerd, had een groot raam en was gemeubileerd; deze ruimte werd gebruikt voor de afzondering van een patiënt die storend gedrag ten opzichte van anderen vertoonde.
De isoleercel was op afstand gesitueerd van andere ruimten, had een ‘kijkgat’ in plaats van een raam, was voorzien van een dikke, vergrendelde deur, en had geen dan wel aan de vloer verankerde meubels.
Het gebruik was bedoeld om te voorkomen dat een patiënt zichzelf of anderen ernstig letsel toebracht.
Het beslissende woord in het wel of niet toepassen van de isoleer was lange tijd voorbehouden aan de arts.
De stem van de patiënt telde niet, want die werd vanwege de ziekte niet in staat geacht de situatie te beoordelen.
In de tegenwoordige tijd wordt aan de betrokkenen, de cliënt, de familie, de verpleegkundige, de arts en eventueel anderen een eigen belang en kundigheid toegekend in het besluitvormingsproces.
Mocht het tot gedwongen isolering komen dan wordt het van groot belang geacht dit na afloop met alle partijen te evalueren, omdat gedwongen opsluiting wordt beoordeeld als in potentie traumatisch van karakter, in eerste instantie voor degene die het ondergaat, maar ook voor degenen die het hebben toegepast.
Andere dwangmiddelen dan de isoleer, die in het verleden werden toegepast waren onder meer: dwangjak/dwangbuis, vastbinden van de handen, vastbinden van de voeten, dwangstoel, inwikkeling in droog/nat laken.
Dwangmedicatie: het gedwongen toegediend krijgen van medicatie.

(Tekst: Rense Schuurmans)

Isoleercel paviljoen Eikenstein in de jaren 80

Isoleercel paviljoen Eikenstein in de jaren 90

Lentis Erfgoed is onderdeel van Lentis.