Rina – door Marjolein van Dongen
Ik kende het trieste verhaal van mijn tante Rina al heel lang.
Zij was de op een na oudste zus van mijn vader en in 1944 op 19-jarige leeftijd overleden in een instelling in Drenthe.
Mijn vader, middelste zoon van het gezin, dacht dat zij was overleden aan een hersenvliesontsteking, maar wist dit niet zeker.
Ik was altijd geïnteresseerd in het verhaal hierachter en een paar jaar geleden, toen ik na het overlijden van mijn vader wat foto’s vond, ben ik actief op zoek gegaan.
De moeder van mijn vader kampte met mentale problemen en werd met regelmaat opgenomen in Loosduinen, de psychiatrische instelling in Den Haag, ook haar dochter Rina bleek psychische klachten te hebben en is in 1942 ook opgenomen in Loosduinen.
Dankzij het boek ‘Een wereld die er niet meer is’ van Corry van Straten kwam ik meer te weten over de evacuatie van de patiënten naar o.a. Dennenoord in Zuidlaren, wegens confiscatie van ‘Loosduinen’ door de Duitsers.
Ik nam contact op met Jan-Barend de Vries, archivaris van Dennenoord (nu Lentis erfgoed) en hij vond gegevens van zowel mijn tante als mijn oma.
Tante Rina bleek inderdaad in Dennenoord overleden te zijn in 1944, 19 jaar oud, een doodsoorzaak kon niet meer gevonden worden en zij lag begraven op het kerkhof van Dennenoord onder steen
12G.
Er was niemand bij de begrafenis geweest.
Een week later heb ik het graf bezocht op het prachtige kerkhofje van Dennenoord (nu Lentis). Haar steentje lag verborgen onder een enorme dennenboom en de plek zag er vredig uit.
Ik heb er een fotootje bijgeplaatst om haar toch weer een gezicht te geven.

Mijn oma is uiteindelijk na de oorlog weer teruggebracht naar Den Haag.
Daar is zij nog vaak opgenomen geweest. Jan, haar oudste zoon, heeft nog heel veel gedaan om te zorgen
dat zij in Den Haag een zo goed mogelijke behandeling kreeg. In 1952 is zij in een instelling overleden.
Mijn vader is in 1944 op 15-jarige leeftijd van Den Haag naar Zuidlaren gelopen om zijn moeder te bezoeken.
Hij heeft er 2 maanden over gedaan en onderweg bij boeren gewerkt tegen kost en inwoning.
In Zuidlaren heeft hij nog 2 maanden bij een bakker gewerkt.
Of hij Rina nog heeft ontmoet of dat zij al was overleden toen hij aankwam weet ik niet.
Ik begreep wel dat de familie in Den Haag (haar vader en broers en zussen) het nieuws van haar overlijden pas veel later te horen kregen in verband met de oorlog.
Dat verhaal van de voettocht van mijn vader in de oorlog was altijd een soort anekdote, die op verjaardagen verteld werd, maar pas veel later begreep ik het drama dat hierachter school.
Een puber van 15, die dwars door een door de Duitsers bezet Nederland liep op zoek naar zijn moeder.
Ik had, 80 jaar later, zo graag mijn vader meegenomen naar het graf van zijn zus, maar daar was het helaas te laat voor.
Het hele verhaal heeft veel indruk op me gemaakt.
Het leed van die hele groep psychiatrische patiënten die, in die toch al verschrikkelijke oorlogsjaren, zonder familie naar de andere kant van Nederland gebracht werden.
Ook voor de achterblijvers moet dit vreselijk zijn geweest.
En dichterbij, dat mijn tante daar overleden is, nog zo jong, heel alleen.
Of haar moeder nog bij haar is geweest in haar laatste uren, kan ik alleen maar hopen.
Marjolein van Dongen
