Fragment Lentis Magazine 3-2019.01

Fragment Lentis Magazine, 3-2019 – Gezinsverpleging ooit de verpleging van de toekomst

Gezinsverpleging paste de gereformeerden wel. Volgens deze protestantse stroming waren krankzinnigen gebaat bij opname in eigen godsdienstig milieu en volgens de eigen christelijke normen in gestichtlijk nagebootst gezinsverband. Om daar als het ware een morele heropvoeding te ondergaan om terugkeer naar de maatschappij mogelijk te maken. Ze pleiten voor gezinsverpleging van krankzinnigen in het eigen dan wel in een ander christelijk huisgezin.

Hooguit 20 patiënten
In Veldwijk’ (1886), bij Ermelo, het eerste gesticht van ‘De Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuw­lijders’, waartoe Dennenoord ook behoorde vanaf de opening in 1895, waren de eerste paviljoens dan ook geschikt voor de bewoning door hooguit twintig patiënten. Dit relatief geringe aantal had als bedoeling de natuurlijke gezinssituatie te benaderen, hierbij hielp dat de dagelijkse leiding was toebedeeld aan een vader en een moeder, een echtpaar zonder kinderen. In de gereformeerde vertaling van Bijbelse bedoelingen had de strenge doch recht­vaardige vader de leiding. Van de moeder werd verwacht dat ze haar onvoorwaardelijke liefde gaf aan de patiënten. Een kind krijgen als echtpaar was er niet bij, want dan moest de liefdevolle zorg worden gedeeld, en daar was de moeder niet toe in staat. De verdeling van de liefde voor kind en patiënt door de moeder leidde maar tot ontoelaat­bare verdunning. Dat de werkelijkheid een stuk prozaïscher was, laat onverlet dat veel van deze aanpak, van dit model van gezinsverpleging, werd verwacht.

Gezinsverpleging verpleging van de toekomst
De geneesheer-directeur van Veldwijk J.H.A. van Dale, liet tijdens een in 1902 in Antwerpen gehouden congres over gezinsverpleging niet na zich erover te verwonderen dat de gezinsverpleging in Nederland nog niet veelvuldiger toepassing vond, terwijl ‘toch het Nederlandse volk bekend is om zijn liefde en eerbied voor het huisgezin en waardering voor het huiselijk leven’. Gezinsverpleging was volgens hem de verpleging van de toekomst. Hij constateerde ‘dat de publieke opinie in Nederland meer en meer partij kiest voor gezins­verpleging, die zich het meest aansluit aan het menselijk leven; het meest voldoet aan deze twee diep­gaande en onvervreembare behoeften des menschen, ook, ja, bovenal van den krankzinnige, behoefte aan vrijheid en behoefte aan liefde’ *. In Nederland was in 1902 een honderdtal patiënten in gezinsverpleging ondergebracht, in 1912 bedroeg dit aantal niet meer dan 141, waarvan de gereformeerde gestichten er 96 onder de hoede hadden.

Gezinsverpleging bleef stiefkind
Feitelijk bleef de gezins­verpleging ook bij de gereformeerde krankzinnigenzorg een stiefkind. Dat de gezinsverpleging niet grootschalig werd toegepast, had meerdere redenen. Artsen vonden dat ze te weinig toezicht hadden op de verpleging in de gezinnen. De ernst van de problematiek maakte het volgens hen vaak te ingewikkeld om de verpleging aan het gezin over te laten. Ook financiële motieven zullen een rol hebben gespeeld; voor het gesticht was het financieel ongetwijfeld gunstig om ook een aantal patiënten binnen de muren te hebben die betrekkelijk weinig zorg behoefden. Pas in 1922 kreeg de gezinsverpleging* in Nederland een boost, met de oprichting van het gesticht in Beileroord, dat door de provincies Friesland, Groningen en Drenthe werd betaald. Dat gesticht had overigens geen gereformeerde identiteit. Een saillant detail is dat een belangrijke rol in het centraal stellen van de gezinsverpleging in deze nieuwe instelling werd vervuld door Schuurmans-Stekhoven, de eerste geneesheer-directeur (1895-1901) van Dennenoord, die in die jaren Inspecteur van het Staatstoezicht op Krankzinnigen was.

Oproep
In het laatste kwart van de vorige eeuw nam het aantal gezins­verplegingen steeds verder af. Er zijn nog gezinnen in Zuid­laren die vanuit de praktische ervaring met gezinsverpleging hierover kunnen vertellen. Zij kunnen reageren naar erfgoed@lentis.nl

Door Rense Schuurmans

Lentis Erfgoed is onderdeel van Lentis.