2017 – Avonturen Erfgoed Lentis

Geplaatst op 26 februari 2019

11-04-2017 – Bezoek vereniging Bouwvrouwen

Datum:  11 april 2017
Titel: Bezoek Vereniging Bouwvrouwen
Locatie: Expositieruimte Erfgoed & Noorder Sanatorium
Georganiseerd door: commissie Erfgoed Lentis
Foto’s: Marc Teune

  • Vereniging Bouwvrouwen: netwerk van vrouwen die op enigerlei wijze werkzaam zijn in de bouw. Leden zijn o.a. architecten, stedenbouwkundigen, docenten, binnenhuisarchitecten, projectleiders, vrouwen met commerciële functies enz. Van de leden wordt verwacht dat ze jaarlijks een excursie organiseren naar een interessant bouwwerk of project. In 2017 besluit de vereniging een bezoek aan het  Noorder Sanatorium (gebouwd in opdracht van Dennenoord) en Dennenoord, met haar prachtige gebouwen te brengen.

 

07-07-2017 – Expositie Iconische foto’ s

Datum:  7 juli 2017
Titel: Iconisch foto’s
Locatie: Foyer de Kimme, Zuidlaren
Georganiseerd door: Herman Overberg & Rense Schuurmans
Samenstelling foto’s:

  • Monique Huizer
  • Goff F. Miedema
  • Rense Schuurmans
  • Jan-Barend de Vries

Lentis Erfgoed en de Kimme organiseren voor het eerst samen een expositie. Op vrijdag 7 juli om 16 uur opent de expositie ‘Iconische foto’s, 150 jaar psychiatrie in beeld’, in de Kimme. In tien foto’s wordt 150 psychiatrie verbeeld. De foto’s tonen meer dan zichtbaar is.

Ontwikkelingen psychiatrie in beeld

Gedurende de afgelopen 150 jaar verliepen de ontwikkelingen binnen de psychiatrie razend snel. De vernieuwingen hadden meerdere gezichten. Wat is in deze periode veranderd, wat is gebleven, wat bracht een doorbraak? Er waren illusies en desillusies en altijd weer de hoop op beter.

Foto’s laten verschillende perspectieven zien

De foto’s staan voor de perspectieven van toen en nu:

  • Het platteland als therapeutisch milieu of is het juist de stad die herstel brengt?
  • Werken en nog eens werken, de smeerolie van het herstelproces
  • Wat heeft de Electroshock gebracht?
  • Medicatie als wondermiddel of toch niet?
  • Het waarom van de begraafplaats op het terrein
  • Macht tegenover onmacht
  • Het grote ziekenhuis of de kleine eigen woning
  • De patiënt die bleef versus de cliënt die vertrok

01. Opsluiten – Mensen die een bedreiging voor zichzelf of anderen vormen worden daartegen in bescherming genomen. In vroegere tijd worden ze opgesloten of met een ketting vastgelegd en later met een dwangbuis of spanlaken in bedwang gehouden. Wij kennen nu vooral de separeer en medicatie. We realiseren ons dat gedwongen opsluiting een traumatische ervaring kan zijn, de toepassing wordt daarom tot een minimum beperkt. Het gebruik van de separeer ervaren we als uiting van onvermogen. In de negentiende eeuw is dit anders. De krankzinnige wordt met opsluiting gestraft voor z’n ongewenste gedrag en hij wordt soms tentoongesteld. Het publiek mag er zich tegen een kleine vergoeding aan vergapen.

02. Werken – Vanaf de jaren twintig tot halverwege de jaren zestig is de activerende therapie, dagelijks arbeidsmatig bezig zijn, het instrument dat weliswaar niet geneest, maar waarvan veel wordt verwacht. Bezig zijn verhoogt het gevoel van eigenwaarde. Onrust en aanwezige energie worden gekanaliseerd door productief bezig te zijn. Vrouwen doen huishoudelijk werk; naaien, breien, wassen, schillen aardappelen, poetsen en stoppen. Onrustige vrouwen doen ‘mannenwerk’, ze zagen en hakken hout. Daar worden ze moe van, zodat hun gedrag makkelijker is te corrigeren en waardoor ze ’s nachts beter slapen.

03. Platteland – Gestichten worden gevestigd op het platteland, liefst in een lommerrijke omgeving. De buitenlucht is gezond. De heide- en bosgrond is goedkoop. Er wordt een therapeutisch landgoed gevormd met een fraai park. De omheining zorgt ervoor dat de rust voor de patiënten niet door buitenstaanders verstoord wordt en de patiënten geen overlast in de omgeving kunnen veroorzaken. De grote huizen, de paviljoenen, staan verspreidt over het terrein, zodat mannen en vrouwen gescheiden kunnen worden verpleegd. Ook kunnen indelingen naar de mate van rust en onrust gemaakt worden. De foto suggereert dat het hier goed toeven is.

04. Zelfvoorzienend – Wie het weet ziet het; het gesticht, het psychiatrische landgoed, is zelfvoorzienend. De boerderij, de smederij, de slagerij, de bakker, de kapper, de weverij, de matrassenmakerij, de schilderwerkplaats, de technische dienst, de bomenkwekerij, de timmerwerkplaats, de huizen, de schoenmaker, de watertoren, de groentevelden, de bloemisterij, de kledingwinkel, de kerk in het centrum, het theehuis, de woonappartementen in de paviljoenen, … De patiënten en ook medewerkers verblijven er zelfs na hun leven, op de begraafplaats.

05. Ziekenhuis – Omstreeks 1900. De opvatting is, geestesziekten zijn hersenziekten. Wie ziek is heeft rust nodig. Bed- en badverpleging zijn de methoden waarmee patiënten door broeders en zusters op grote zalen worden verpleegd. Het opnemen van de lichaamstemperatuur past bij de behandeling. Bed en voor de meer onrustigen lauw warme baden, hebben de bedoeling patiënten tot rust te laten komen. De (religieuze) zuil bepaalt de ideologie; de gereformeerden kunnen het best gereformeerden helpen, de joden kunnen het best joden helpen, katholieken de katholieken, maar de medische inzichten zijn leidend in de behandeling, ongeacht de geloofsovertuiging. Het ziekenhuis als wetenschappelijk bolwerk, evidence based.

06. Medicijnen – Eindelijk; in de jaren vijftig komt er medicatie die het brein beïnvloed, anders dan broom en paraldehyde die alleen suf maken. Er ontstaat een jubelstemming, op de afdelingen heerst ‘chemische stilte’. Voorheen angstige ontoegankelijke patiënten voelen ontspanning. Largactil is het eerste middel, heel veel andere psychofarmaca volgt. De aanvankelijke euforie wordt getemperd doordat naast de bedoelde werking, er ook altijd sprake is van bijwerking. Toename van het lichaamsgewicht, suikerziekte, een houterig bewegingsapparaat en afvlakking van het gevoelsleven verzwakken de motivatie tot inname van medicatie.

07. Shocken – One flew over the cuckoo’s nest, uit 1976, de iconische film over de macht strijd in een psychiatrische kliniek tussen het gezag en de patiënt, waarbij het beeld van shocken als bestraffing diep in het bewustzijn van de (geëmotioneerde) toeschouwer wordt opgeslagen. Ooit, in de jaren dertig, lijkt de elektroconvul-sietherapie (ect) veelbelovend; van het opgewekte epileptische insult, uitgelokt door een stroomstoot door het hoofd, wordt aangenomen dat het psychiatrische aandoeningen vermindert. Tegenwoordig wordt deze therapie nog toegepast bij therapieresistente patiënten; de behandeling is inmiddels pijnloos.

08. Omwenteling – 1971, Wie is van hout … In Nederland het best verkochte boek over de psychiatrie ooit. Het onderwerp hing in de lucht. De clash in de omgangs-verhoudingen, democratisering versus paternalisme. Broeder en zuster worden Kees en Jannie. Dokter De Olde wordt van de ene op de andere dag Harry. De patiënt is in eerste instantie mens in plaats van een psychiatrische diagnose, subject in plaats van object. Praten, praten, praten, de intermenselijke verhoudingen vagen de traditionele gezagsstructuren weg. Weg met het uniform. Het gedrag van de gek wordt gezien als een gezonde reactie op de idiote samenleving.

09. Naar binnen – Weg met omheining van het terrein. Na de invoering van de breinmedicatie in de jaren vijftig gaat de patiënt met ontslag, maar hij komt terug: de draaideurpatiënt is ontstaan. De overgang van het beschermde instituut naar het leven in de onbeschermde samenleving is groot, misschien te groot. Om te kunnen wennen wordt de buitenwereld de instelling binnen gehaald. Hier het net gebouwde theater de Kimme, met vele multifunctionele voorzieningen. De afspraak bestaat dat bij ieder evenement de patiënt aanwezig kan zijn. Kunnen ze aan elkaar wennen, de patiënt en de bezoeker.

10. Naar buiten – Waar woont de patiënt. Je kunt het van buiten niet zien. Hij heeft het ziekenhuis verlaten. Hij woont onzichtbaar tussen de andere burgers. Achter de voordeur ontvangt hij de hulp die hij nodig heeft. Af en toe bezoekt hij een klinische voorziening, om vlot hierop het pand weer te verlaten. Tot een volgende keer. Hij gaat naar de winkel en de bioscoop, soms is hij eenzaam. Soms valt hij op tussen anderen, met rafelige kleding, ongeschoren en in beslaggenomen door een drukke verwevenheid met zichzelf. Hij leeft zijn leven in de samenleving.

Opening expositie:

Herman Overberg, teamleider Horeca de Kimme (mede organisator expositie Iconische foto’s)

Aart Nieboer opent de expositie

Herman Overberg, teamleider Horeca de Kimme (mede organisator expositie Iconische foto’s)

Herman Overberg & Aart Nieboer

Aart Nieboer opent de expositie

Lentis Erfgoed is onderdeel van Lentis.