2018 – Avonturen Erfgoed Lentis

Geplaatst op 26 februari 2019

01-12-2018 – Presentatie boek: Verpleegsters in oorlogstijd

Datum: 1 december 2018
Titel: Boek presentatie ‘Verpleegsters in oorlogstijd, Dagboeken van ’t Uilennest en Welbereid
Locatie: Expositieruimte Erfgoed Lentis (v.m. Timmerbedrijf) Zuidlaren
Georganiseerd door: Cie. Erfgoed Lentis leden

Welkomstwoord door Jan Barend de Vries:

Namens de commissie Erfgoed Lentis heet ik jullie allen hartelijk welkom. In het bijzonder Mevrouw Tiekstra, familie van der Ploeg, genodigden en intekenaren. En weer is er een moment aangebroken dat we een boek over een stukje historie van Lentis locatie Dennenoord kunnen presenteren maar vooral ook dank zij jullie als intekenaren en daar zijn we best blij mee.

Hoe komen we aan deze beide dagboeken? Wel, het was ergens in 2016, dat Betty Tiekstra mij belde met de vraag of de cie Erfgoed Lentis ook belang had bij het dagboek het Uilennest. Bij het opruimen van spullen na het overlijden van haar tante, met wie ze vele jaren samen woonde, vond ze dit. Een paar maanden later een telefoontje dat ze weer een dagboek had gevonden, nu een persoonlijk dagboek door Annie vd Ploeg geschreven. Betty heeft nooit geweten van dit persoonlijk dagboek. Haar verbazing was dus groot. Ook dit dagboek heeft ze geschonken aan Erfgoed Lentis

Hoe het dagboekdeel het Uilennest in bezit is gekomen van Annie blijft een raadsel. Mogelijk is het later door Dr. Moolhuizen aan wie het dagboek was opgedragen aan haar gegeven. De verhalen waren zo aangrijpend beschrijvend over de laatste oorlogs maanden 40-45 dat wij vonden dat we hier wat mee moesten doen. We typten langzamerhand alle geschreven tekst van de dagboeken uit, om het vervolgens in de cie Erfgoed te laten circuleren en te bespreken. Wij waren met z’n allen zo onder de indruk en besloten, dat beide dagboeken handelend over vrijwel dezelfde periode in oorlogstijd, te bundelen tot een boek. De meeste opgenomen foto’s in het dagboek komen uit het fotoalbum van Annie van der Ploeg.

 En nu, vandaag is het eindelijk zover dat wij ook mede dank zij de Raad Van Bestuur van Lentis dit boek vandaag kunnen uitgeven. Met dank ook aan Jannie Strijk, communicatie adviseur en onze vormgever Klaas van Sloten die van beide dagboeken iets moois wist te maken. Dat het landelijk comité 40-45 het jaar 2018 als thema het verzet heeft gekozen, maakt de uitgave helemaal bijzonder. De verhalen in de dagboeken  roepen dit beeld volledig op.

Uit het dagboek wil ik 2 verpleegkundigen apart noemen Annie van der Ploeg en Lien Balkema.

Wie was Annie van der Ploeg genoemd in het dagboek Uilennest/Welbereid? In het Dagboekdeel het Uilennest liet ze zich Welbereid noemen. Annie is 1916 geboren in Kloosterburen en is op 27 jarige leeftijd in 1943 begonnen aan de opleiding tot B verpleegster op Dennenoord. Annie mocht haar B diploma behalen op 15 juni 1946. Zij was ondermeer  als leerling werkzaam in Vredestein de bakermat van de Uilen. Het werken en wonen in Vredestein duurde echter maar kort, want gedwongen door de Duitsers moest ze met patiënten en collega’s dit pand verlaten. Er volgde een tijd om met ca  70 patiënten dag en nacht in de Ontmoetings kerk te werken. De ledikanten stonden tot op het podium in de  kerk. Als Annie vrij had had ze haar kamer elders op het terrein maar voor de patiënten was het hier wonen en slapen. Na de oorlog heeft ze vervolgens jaren lang tot aan haar pensionering in 1976 als leidinggevend verpleegkundige 33 jaren lang gewerkt op Dennenoord. In 2015 is Annie op 99 jarige leeftijd overleden in de nieuwe de Enk aan de Hoofdlaan omdat het helaas thuis te belastend werd om goede zorg te kunnen geven. Veel verpleegkundigen/verzorgenden hebben haar gekend en met haar samengewerkt waaronder ik in de jaren 60. De werkzaamheden vonden plaats in pav.3/Rozenhof. Een ziekenafdeling in deze jaren. Een korte anekdote. We hadden de radio draadomroep van KPN met bediening voor 4 zenders. Zondags op zender 4 werd live over heel Dennenoord een kerkdienst uitgezonden voor de patiënten vanuit de Ontmoetingskerk. Jongeren, die werkzaam waren op de ziekenzaal wilden ook wel eens wat anders horen. Maar dat was niet toegestaan. Ze stoof dan uit haar kantoor als ze iets anders hoorde dan de kerkdienst en draaide de schakelaar weer op 4. Niemand had aan de knoppen gezeten natuurlijk! In behandeling was ook een TBC patiënt die blind en alle dagen alleen lag in zijn kamertje. Nagenoeg alle dagen bezocht Annie hem voor een praatje. Dat typeerde haar: er zijn voor de patiënten.

Wie was Zr Balkema genoemd in het dagboekdeel het Uilennest? Zr Lien Balkema is geboren op 15 mei 1899 te St Annen. Op 18 juni 1917 werd Lien ingeschreven in het Burgerlijk register van Zuidlaren/Dennenoord als leerling verpleegster. Kwam dus als 18 jarige naar Dennenoord om aan de opleiding te beginnen. Vanaf 1931 was zij werkzaam als leidinggevende in Vredestein en werd door verpleegkundigen in het dagboek “ons aller moeder” genoemd. Het bijzondere was dat ze naast haar werk als verpleegkundige ook activiteiten ondernam als koerierster en niet zonder gevaar blijkt uit het dagboek, maar af toe liet ze zich zien bv bij Sinterklaas vieringen. Ze had wel haar zit/slaapkamer op Vredestein evenals de andere verpleegkundigen, maar was er niet veel de laatste oorlogsmaanden.  Bovendien moest op last van de Duitsers Vredestein ontruimd worden. Ze werd gezocht door de Duitsers. Heel bijzonder is ook een verslag van een verhoor uit 1943 naar een verpleegster die gezocht werd door de Duitsers in Vredestein. Opgetekend door Dr.Wetter, Geneesheer Directeur en Lien Balkema, leidinggevend verpleegkundige van Vredestein. Dus wat eerder in de tijd dan de beschreven periode van de dagboeken.  We vonden  dit in het archief van de Raad Van Bestuur en op de valreep hebben we dit nog kunnen toevoegen aan het dagboek.

Haar neefjes, kinderen van haar jongste zus Wilhelmina kwamen later na de oorlog regelmatig op bezoek in Vredestein en hebben wel eens gevraagd naar haar rol als koerierster in de oorlogsjaren maar daar wilde ze niets over kwijt. Daar waren ze te jong voor zo liet ze weten. In 1957 kreeg zij de gouden medaille in de orde van Oranje Nassau uitgereikt door Prof.Dr P.Muntendam. Tot aan haar pensionering  heeft ze gewerkt voor de patiënten van Dennenoord ca 40  jaren lang. Ze is overleden in 1974 75 jaar oud.

Lezing door Rense Schuurmans:

Beste aanwezigen,
Oorlogsdagboeken zijn het. De Dagboeken van de verpleegsters. Ik ga u een fragment voorlezen, dat is gedateerd op 23 april 1945, geschreven tijdens de strijd om Wagenborgen.

‘Zo kwam ik vermoeid in de schuilkelder aan waar ik de Zusters en onze patiënten wist. Deze kelder, onder de wasserij, zat opgepropt vol met patiënten en dorpsmensen. Heel achteraan zat onze groep. Na even gepraat te hebben ben ik op een strozak gaan liggen. Proberen te slapen, maar ’t lukt niet. Er was geroezemoes en kinderen huilden en ik had hoofdpijn. Even later kreeg ik een klein jochie van 11/2 jaar bij me. ’t Kind had sinds de vorige dag 6 uur niets meer gegeten. Eerst huilde het, later nadat ik het kind wat suiker gegeven had viel hij in slaap. Intussen; niemand mocht zich op straat vertonen en een vrouw die dit wel deed werd dood geschoten door de Duitsers. Later hoorde ik dat de Duitsers zelf die huizen moedwillig in brand hebben geschoten. Handgranaten en Teerbommen werden hiertoe gebruikt. Onmensen die ze zijn ‘. 

Dit is een fragment uit het boek dat we u vanmiddag met trots presenteren. Het boek bevat twee dagboeken: ’t Uilennest en Welbereid. De dagboeken vullen elkaar aan, ze zijn in dezelfde periode geschreven, tussen september 1944 en december 1945. Het ene dagboek is geschreven door een collectief van zusters, ze noemen zich de Uilen. Het andere dagboek is geschreven door één verpleegster, die overigens ook meeschrijft in het gezamenlijk dagboek.

De dagboeken geven een authentieke inkijk in het reilen en zeilen van de verpleegsters die werken in de psychiatrische inrichting Dennenoord, in het Drentse Zuidlaren, tijdens het laatste oorlogsjaar. Overigens, hun belevenissen reiken tot ver daarbuiten; van de strijd om Wagenborgen tot het gedwongen verblijf in Franeker. Er is sprake van verregaande ontwrichting van de werk- en leefomstandigheden – die vooral voor de patiënten rampzalig uitpakt. Het is in veel opzichten een spannende tijd. Hun beschrijving van de dagelijkse gang van zaken geeft een rijk inzicht in hoe de verpleegsters, de beroepsgroep die het dichtst bij de patiënten staat, zijn overgeleverd aan de oorlogsomstandigheden. In de context van de chaotische laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog oefenen zij hun beroep uit en brengen ze de vrije tijd door. Zoals u waarschijnlijk weet zijn in deze tijd, de jaren 40 – 45, de leef- en werkomgeving nog nauw vervlochten. Je leeft waar je werkt; met de mensen met wie je werkt, woon je ook: dit geldt voor de patiënten en voor je collega’s.

Bij lezing van de Dagboeken valt het op dat direct na de bevrijding de werk- en leefomstandigheden nauwelijks verbeteren; er is teveel kapot gegaan.

De Dagboeken maken voelbaar dat de kwetsbare patiënt op geen enkele empathie van de bezetter kan rekenen. Zij zijn de eerste en zwaarste slachtoffers van de oorlogsomstandigheden. De patiënten, ongeveer 1450, leveren het meest in op alle belangrijke levensgebieden. Probeer u zich een voorstelling van hun leefomstandigheden te maken toen ze, de patiënten en de verpleegsters, Dennenoord, in maart 1945, moesten verlaten op last van de bezetter; die toonde geen enkel mededogen. Ik vraag u: ga in de schoenen van de patiënt staan, probeer dat. U wordt uw huis uitgezet, u wordt in een vrachtauto of met de trein vervoerd naar een vreemde omgeving, u leeft daar in groepsverband in grote ruimtes zonder meubilair, uw matras wordt vervangen door stro op de vloer, u leeft dag- en nacht binnen, dag invulling  is er niet, u weet niet wat de toekomst gaat brengen, u moet afwachten, steeds bent u met de anderen, dicht opeen zit of ligt u, geen moment heeft u voor uzelf; in de nabije omgeving wordt gevochten, u hoort het schieten, met de hygiëne is het bar en boos gesteld, u krijgt ook nog diarree, een schone onderbroek heeft u niet –bah, wat vervelend voelt dat-  uw buurman hoest en u krijgt ook nog longontsteking, medicijnen zijn er niet, eten is er wel, maar het smaakt niet, het is plakkerig vies. De verpleegster helpt u, ze wast uw vieze onderbroek, in koud slootwater, warm water en zeep zijn er niet. Ze spreekt bemoedigende woorden, ze zegt dat alles snel beter gaat worden. Ze geeft u eten in een conservenblik, want borden en bestek zijn er niet. Gelukkig vertelt ze u niet wat de Duitse officier tegen haar heeft gezegd ‘dat u de komende dag vermoord gaat worden, omdat alle moeite aan u besteed, verspilde moeite is’.

Deze manier van leven, met toenemende tekorten, de aanwezige dreiging en het ontbreken van perspectief, heeft een hoge prijs. Het sterftecijfer van de patiënten van Dennenoord verdubbelt ten opzichte van de vooroorlogse jaren, tot uiteindelijk bijna 10 % van de patiëntenpopulatie in 1945. Tijdens de evacuatie naar Franeker die vier maanden duurt overlijden er 56 van de 528 geëvacueerde patiënten; dit is meer dan 10% in vier maanden. De verpleegsters moeten met steeds minder middelen meer doen. Zij worden ook wel ziek, maar overleven allemaal, vooral doordat de zorg voor hen op een hoger niveau georganiseerd is en omdat hun conditie in aanvang al beter is dan die van de patiënt. Hun leefomgeving is ook een betere dan die van de patiënt. Was dit niet het geval geweest, dan waren zeker ook verpleegsters overleden en was het sterftepercentage onder patiënten nog veel hoger geweest.

Ondertussen staan de verpleegsters als beroepsgroep het dichtst bij de patiënt; ze worden ook wel zusters genoemd om de nabijheid, verbondenheid en solidariteit met de patiënt tot uitdrukking te brengen. Kan het treffender? De zusters.

De verpleegsters staan midden in de angstaanjagende oorlogsontwikkelingen die de gang van zaken in Dennenoord en daarbuiten sterk beïnvloeden. Ze zijn deelgenoten van het dagelijks leven zoals dat zich in 1945 in alle ruwheid aan hen voordoet. De Duitsers dreigen en schelden, de tekorten nemen toe, zekerheden verdwijnen. Maar, dat betekent zeker niet dat hun leven en de weergave hiervan in de dagboeken, alleen maar uit kommer en kwel bestaat.

Uit de dagboeken spreekt een ongekend sterk gevoel van lotsverbondenheid. De verpleegsters tonen ons een verrassend zicht op hoe zij het leven onder de moeilijke omstandigheden in het laatste oorlogsjaarvorm geven. De beschrijving van de meedogenloze kant van het leven is aangrijpend en die van een onvergetelijke sinterklaasviering in 1944 met de kleine geneugten van een kopje chocolademelk en echte speculaas ontroerend. En dat roken en wijn drinken met de bevrijder symbool staan voor de euforie beleving van ongekende gelukzaligheid, spat van de bladzijden.

De verpleegsters, die toch wel als heldinnen kunnen worden gezien, staan symbool voor de grote betrokkenheid van verpleegkundigen en verzorgenden; deze beroepsgroepen, de verpleegkundigen en de verzorgenden, staan dicht bij de patiënt in diens lijden en herstel, overal en altijd. De verpleegsters van Uilennest en Welbereid bewijzen dat in deze dagboeken. Ze zijn gezagsgetrouw, ze passen zich aan aan de mogelijkheden, maar als ze zich onbegrepen voelen dan laten ze van zich horen, dan komen ze in opstand, dan eisen ze van het management – in hun tijd was dat de geneesheer-directeur – dat die zich verdiept in de omstandigheden waarin zij zorg verlenen. Op 2 mei 1945 schrijft Welbereid ‘ik ben er moe van, ik zal de situatie schetsen: in de serre liggen 60 dames, er kunnen nog geen 30 ledikanten staan; de patiënten kruipen in het stro, het ritselt, net alsof er dieren in je nabijheid zijn; zelfs zieke dames liggen er tussen’. Ze vraagt zich af ‘moet dit zo, is het onmogelijk hier verbetering in aan te brengen; ze vervolgt met ‘de heren doktoren komen kijken en lopen zo weer weg om uit de stank te zijn; zó gaat dat niet’. Ze voelt zich niet serieus genomen door het management. De verpleegsters schrijven een brief, waarna de toestand iets verbeterd, enkele zieke dames worden overgeplaatst en dagelijks krijgen ze schoon water. Kortom, de verpleegsters laten zich niet alles welgevallen, ze protesteren en behalen hiermee succes. Ze laten zich niet uit het veld slaan door de omstandigheden. Dapper is dit.

Ter afsluiting.
De verpleegsters van de Oorlogsdagboeken, van het Uilennest en van Welbereid, kunnen vanaf vanmiddag dienen als inspiratiebron voor alle Verzorgenden en Verpleegkundigen in Nederland; ook in barre omstandigheden gaan zij door met het geven van de best mogelijke zorg; dit is een belangrijk kenmerk van hun identiteit. Oók als het moeilijk wordt, maken de verpleegkundigen en de verzorgenden het verschil. Hulde; we kunnen trots op hen zijn.

Presentatie door Piet Speelman:

Zoals de meesten van u, ben ook ik van na de oorlog en heb alle verhalen over wat er in en om Dennenoord gebeurd is uit overlevering.
Vandaag worden enkele dagboeken gepresenteerd , die door een aantal verpleegkundigen zijn geschreven, over de laatste periode van de oorlog.
Een van de doctoren die diverse malen in de dagboeken genoemd wordt is Dr. Moolhuizen. Hij werd later mijn pleegvader.
Foto 1
Eind jaren 30 , de laatste jaren voor de oorlog kwamen diverse jonge artsen werken op Dennenoord waaronder mijn vader Dr. Speelman en ook Dr. Moolhuizen, de eerste als internist, een soort huisarts voor de patiënten, Moolhuizen als neuroloog.
Woonden de verpleegkundigen veelvuldig in de paviljoenen bij de patiënten, de doctoren en hun gezinnen betrokken royale huizen, die verspreid over het stichtingsterrein voor hen waren gebouwd.

Foto 2 en 3
Er werd gewerkt en er werd plezier gemaakt en soms waren er sportwedstrijden. Er was een tennisbaan waar veelvuldig gebruik van werd gemaakt.
Foto 4.1
Maar wel in pak.
Moolhuizen was een keurige man, klein van postuur, zag er altijd goed verzorgd uit, driedelig pak, gouden horloge ketting op de buik, meestal een hoed dragend, die ter begroeting regelmatig werd gelicht.
Hij was ook wel een beetje ijdel en hield van mooie dingen. Zo had hij als eerste dokter een auto

Foto 4
De doctoren vormden een soort elite op stichting, ze werden met alle egards behandeld, hadden een eigen bank in de kerk en bij sport en spel zaten ze altijd op gereserveerde stoelen op de eerste rij.
Moolhuizen werkte voornamelijk in het Noordersanatorium
aan de overkant van de Stationsweg..
Hij hield zich als neuroloog veel bezig met de shocktherapie . Een nieuwe veelbelovende behandeling.
Tot dan toe was de meest beproefde therapie de zware arbeidstherapie, ofwel de hele dag aan de schop.
Niks mis mee overigens.
Hij was een beminnelijk man, bescheiden, geliefd door zijn ondergeschikten en gewaardeerd door zijn collega’s.
Hij hield van orde, liep graag binnen de lijntjes, hield niet van onverwachte dingen en van improviseren. De oorlog zal voor hem, om die reden alleen al een lastige periode zijn geweest
De families Speelman en Moolhuizen raakten goed bevriend, ook de echtgenotes en feestjes met hele verkleedpartijen  waren  aan hen wel besteed. Ook werden er veel spelletjes gedaan.
De familie Speelman groeide, Moolhuizen en zijn echtgenote bleven helaas kinderloos. Maar er kwamen regelmatig nichtjes op bezoek en dan wisten de oudste kinderen Speelman de weg naar “de Heuvel” vaak te vinden.
Ook als er gebroken armen of iets dergelijks waren bij de Speelmannen mocht Moolhuizen met zijn auto mee naar Groningen naar het grote ziekenhuis.
Door zijn jarenlange werk in een psychiatrische inrichting werd hij in het specialistenregister ingeschreven als zenuwarts, een combinatie van neuroloog en psychiater.
In 1954 werd ik geboren als 10e kind in het gezin Speelman.
Helaas overleed mijn moeder bij mijn geboorte.
De zorg voor de baby werd gedeeld met hun beste vrienden, die zoals gezegd kinderloos waren. Van het een kwam het ander en geleidelijk kreeg het tijdelijke pleegouderschap een blijvend karakter.
In die tijd verhuisde de familie Moolhuizen naar een nieuwgebouwde bungalow naast de hoofdingang. Deze staat er nog.

Foto 5 en 6
Begin jaren 60 ontstond er wat onrust onder de doctoren. De toenmalige Geneesheer directeur, Dr. Doff, vertrok naar Stichting Vogelenzang in Bennebroek en ds Kerssies ging mee. Kort daarna gevolgd door mijn vader.
Moolhuizen had die bui aan zien komen en toen hij een advertentie zag waarin een inspecteur voor de geestelijke volksgezondheid werd gevraagd voor de 3 noordelijke provincies was zijn belangstelling gewekt.
Maar bescheiden als hij was en niet overtuigd van zijn eigen capaciteiten had hij een flinke duw van zijn echtgenote nodig alvorens te solliciteren.
Tot zijn eigen niet geringe verbazing kreeg hij de baan en verhuisde met vrouw en pleegkind naar Haren.

Foto 7, 8.1, 8.2, 9
De volgende foto’s zijn van zijn afscheid van Dennenoord. Het aardige daarvan is dat ook een van de auteurs van de dagboeken zuster Johanna Dubbelboer daar op staat, aangezien zij inmiddels met mijn vader was getrouwd.
Moolhuizen heeft nog vele jaren mogen genieten van zijn nieuwe baan, die hem op het lijf geschreven stond.
Hij voelde zich in de ambtelijke wereld gewaardeerd, was zeer geliefd en was een verbindende factor.
Hij genoot ook van de uitstraling die deze hoge functie met zich meebracht.
Het was een Lieve man, klein van stuk maar met een groot hart.

Foto 10

Lentis Erfgoed is onderdeel van Lentis.