Header - Personeelskrant DNO

1978-08 – Personeelskrant Dennenoord – 6e Jrg. No. 8

blz. 2 – Redaktioneel – Bibliotheek

Redaktioneel
Soms denk je dat een blad niet volkomt en dan wordt het toch nog passen en meten! Zo ook deze reis. Veel verslagen van S.O.P. activiteiten. Reakties van mensen die als vakantiehulp of als stagiaire dienst deden. ’t Liegt er bepaald niet om! Blijdschap om geslaagden en kennismaking met nieuwkomers.
Nieuws van de 1200 bedden. Tenslotte krijgt u de gelegenheid om de bloemetjes buiten te zetten (via het S.O.P.). Afgezien dan van wat nog niet genoemd werd!

blz. 3 – Van de directie – Een dagje uit – Met pensioen

Van de direktie
Hoewel het de meesten van U al wel ter ore zal zijn gekomen, lijkt het ons toch juist ook in ons personeelsblad melding te maken over de stand van zaken betreffende de bouwplannen.
Het centraal bureau heeft ons gemeld, dat nog enkele punten betreffende de uitbouw aan het Zuiderpaviljoen dienen te worden beantwoord aan het Ministerie. Men verwacht dat de laatste en definitieve handtekening eind september zal kunnen worden gezet, zodat dan aan de uitvoering kan worden begonnen.
Over de 1200 bedden moeten drie instanties adviseren. De inspecteur voor de geestelijke volksgezondheid heeft mondeling meegedeeld, dat hij akkoord is met het schetsplan. De provincie Drenthe heeft van de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid eveneens het advies gekregen, positief te reageren. De derde instantie, het College van Ziekenhuisvoorzieningen te Utrecht, heeft volgens telefonische mededeling eveneens besloten positief te adviseren.
Onze verwachtingen zijn dus, dat wij van het Ministerie bericht krijgen dat de schetsplannen zijn goedgekeurd, zodat de bestektekeningen kunnen worden gemaakt. De eerste bespreking met de architect zal nog in september plaatsvinden.
Deze uitwerking zal een aantal maanden vergen, waarna het Ministerie opnieuw de zaak gaat bekijken, voordat de definitieve plannen uitgevoerd mogen worden. Hoewel we dus nog enige tijd geduld moeten opbrengen, is thans wel zeker dat de bouwplannen door kunnen gaan en dat is een zeer heuglijk feit.
Inmiddels is nu ook het laatste rapport van de ad hoc werkgroep (de door de directie in het leven geroepen werkgroep om ons te adviseren over de aanpassing van het oude masterplan) ontvangen. De directie kan zich in grote lijnen met de gevolgde gedachtegang verenigen en is bezig, deze uitgangspunten te verwerken in een overzicht om tot het basis-masterplan te komen.
Het vaststellen van de grootte van de diverse behandelfuncties is nog een moeilijke stap. Daarna zal moeten worden vastgesteld waar de diverse functies moeten worden uitgeoefend, en door wie. Een draaiboek over de te nemen stappen om de veranderingen in te voeren, is eveneens nodig.
Wij hopen U steeds zo goed mogelijk op de hoogte te houden van de verdere ontwikkelingen.

Namens de directie,
G.D. Schroor,
medisch directeur.

Een dagje uit
Een gezegde luidt: de boog kan niet altijd gespannen zijn, vandaar het idee van de SOP om eens weer een dagtocht te organiseren, waarvoor ruime belangstelling bleek te bestaan.
Er moesten zelfs twee bussen worden gecharterd.
Vrijdag 25 aug. ’s morgens half negen waren er ongeveer 70 personen in de Schakel bijeen om de tocht meet te maken, waarbij eerst nog een kopje koffie werd gedronken.
Toen vertrokken we welgemoed met onbekende bestemming. Voorbij Vries was het al ‘Donderen’, maar geen nood: we haalden Norg, gingen via Veenhuizen, Appelscha en Frederiksoord naar Steenwijk, waar we dachten zo de polder in te gaan, doch nee: het werd Giethoorn, waar de koffie klaar stond. We hadden toen al rijdende al heel wat gezien: bos- en heidevelden, veengebieden: wat een natuurschoon!
Smalle weggetjes vaak, maar het stuur was bij Tinus in goede handen, alhoewel hij beweerde z’n rijbewijs nog maar vier dagen te hebben.
Daarbij gaf hij gedurende de hele reis vaak deskundige toelichtingen bij hetgeen we zagen: ook ging dit met veel humor gepaard.
Vanuit Giethoorn gingen we dan toch de N.O. polder in en kwamen toen terecht in Workum, waar o.a. het mooie Workumer aardewerk werd bewonderd.
Even verder, temidden der Friese weiden ligt Allingawier met museum de ‘izeren kou’, een boerderij in oude stijl, met alles wat er bij hoort: mooi om te zien, maar niemand zou meer graag in zo’n bedstee slapen.
Toen naar Sneek, waar we ook even rondneusden, om dan verder over de snelweg naar Heerenveen te gaan waar we weer in de oude rommel terecht kwamen, nl. auto’s, motoren en fietsen in het Batavus museum.
Een van de hoogtepunten van de dag was ook weer de gezamenlijke maaltijd: dit keer in het hotel Tropenfauna, hetgeen een gezellig verloop had.
De laatste verrassing was dan (het kon niet op vandaag) een boottocht door de Wetering, een prachtig natuurgebied met het plaatsje Kalenberg.
Jammer, dat de duisternis even te vroeg inviel. Al met al een mooie dag waarop we met genoegen terug kunnen zien en ik denk ook wel namens allen te spreken als ik bij deze SOP dank zeg voor het organiseren van deze dag, en spreek de hoop uit: ‘tot een volgende keer!’.

Een van de oudere deelnemers.

Mevr. Kram van Eerden met pensioen

1 december 1964 kwam Mevr. Kram-v. Eerden in dienst van ‘Dennenoord’, waar ze als assist.in de huish. van de kapsalon te werk werd gesteld.
Van 1 dec. 1973 tot 4 nov. 1977 werkte Mevr. Kram in de Enk A als parttime, alwaar ze de kleding van de patiënten van dit paviljoen verzorgde.
Buiten dit om maakte ze echter ook graag even een praatje met de patiënten en/of personeel.
Wegens reorganisatie werd Mevr. Kram tot haar grote spijt overgeplaatst naar Enk B, dit terwijl zij vlak voor haar pensionering stond.
Terugziende op de periode dat Mevr. Kram op de Enk A werkzaam was, mag gesteld worden, dat dit een prettige samenwerking is geweest.
We wensen haar nog veel goede en gezonde jaren toe.

Personeel Enk A

Hartelijk dank
Aan allen die hebben meegewerkt aan de prachtige dag en de belangstelling die ik mocht ontvangen op mijn afscheidsreceptie.
Ook de direktie voor het aanbieden van de receptie.
Een onvergetelijke dag.

Zr. M. Jager-Huisman

blz. 4 & 5 – Verslag Stagedag

Een stagedag op Dennenoord

‘dat hebb’n de duutsers opvreetn’

Verslag over een stagedag van een leerling tijdens de pre-klinische periode. Het is bedoeld om de mogelijkheden van begeleiding van leerlingen te ontdekken en niet om de afdelingen te kraken. Ik hoop dat u tot andere gedachten en conclusies zult komen dan deze leerling.

T. Ploeger

Met de prettige ervaringen, opgedaan tijdens de vorige stagedagen resp. in het Noordersanatorium vrouwen en in pav. 8, nog in het achterhoofd, belde ik tegen half acht aan bij het paviljoen. De keukenhulp deed open en wees mij hoe en waar ik het verpleegkundig personeel kon vinden.
In een eetkamer zaten vijf witgejasten rond de vroege thee.
Na mij te hebben voorgesteld (sommige mensen prevelen hun eigen naam zo zacht dat het lijkt of ze er bang van zijn) kreeg ik ook thee.
Vervelend was, dat toen ik ging zitten, de stilte opstond.
Gelukkig was Gerard (waar ik de stagedag mee deelde) inmiddels ook gekomen en dat brák de stilte weer.
Enkelen begonnen aanstalten te maken iets te gaan ondernemen.
Het subhoofd raadde ons de witte jas aan te trekken omdat de eerste opdracht was ‘helpen wassen en aankleden’.
We volgden hem naar een slaapzaal met aan één lange kant nog wat kleine kamers.
Ineens sta je er dan midden in.
Wat oude mannen zaten in korte hemden hier en daar op een stoel en tussen elk paar dijen stak een rode rubber slang.
Sommige schudden erg, maar zeker niet van koude want de temperatuur was ontzettend hoog.
Een sterke geur van urine en braaksel stond rechtop in de zaal.
Binnen een minuut stond het zweet op m’n hoofd.
Eén heer liep zelfstandig voetje voor voetje naar de wastafels langs de muur waarvóór een dubbel laken lag. Ontlasting zat dik op z’n uitgezakte billen.
Ik had het gevoel midden in een levend geworden schilderij van Jeroen Bosch te staan.
Vóór er echter gelegenheid was even te wennen aan deze oude patiënten in hun nare omstandigheden werd mij één gewezen uit de nog op hun bed liggenden en die moest ik wassen en kleden.
Omdat we pas bij mevr. Vink hadden geleerd hoe je een liggend iemand op de bedrand krijgt, ging dat goed en kon ik hem de pisnatte pyama uitdoen.
Vervolgens naar de wastafels met hem.
Met beide handen aan de rand hield hij zich staande.
Van de wagen washandjes en handdoeken gepakt en daar ga je dan.
Dit is geen pop van zr. Klinkert, die je ongestraft een poot uit kan draaien of een arm. Nee, dit leeft. Leeft nóg. Staat als een hondje naast je en wekt zo’n deernis op dat je keel dichtklapt.
Het natte washandje op zijn hals ontlokt hem een kreet. Ik versta of liever begrijp, dat het te koud is.
Deze leerling-hufter dacht er in zijn zenuwen niet aan tenminste lauw water te nemen.
Veel te voorzichtig heb ik hem verder hier en daar nat gemaakt en weer snel gedroogd.
Het moet de slechtste wasbeurt van de dag zijn geweest.
Toen hem terug naar bed geleid en aangekleed.
Gelukkig is er dan een routinier in de buurt die je tijdig waarschuwt dat bretels pas vast kunnen als het overhemd al is aangetrokken.
Hij kent de standaard fouten en wacht erop.

Toen kwam de wagen met brood en thee en melk.
De bordjes met al belegd brood werden verdeeld onder de patiënten die zelf eten konden.
Terwijl ik een bordje van de wagen pakte viel een andere boterham op de vloer van de ziekenzaal die door al het geloop verre van schoon was. ‘Moet ik die boterham weg doen’ vroeg ik, maar er werd even langs geblazen en weer terug op het bord gelegd. Weer moest ik aan zr. Klinkert denken en haar waarschuwingen.
Hierna werd mij iemand gewezen die ik moest douchen. Hij was veel jonger dan de rest en had een voedingssonde op de slaap geplakt.
Hij beefde erg en gaf steeds agressieve kreten toen hij onder de douche stond.
Met de knop op dertig graden m oest ik hem het haar wassen met shampoo wat ik moeilijk vond vanwege die sonde.
Toen het lijf met Driehoekzeep wassen, wat mij deed denken aan de schoonmaak.
Onterecht natuurlijk, want het is erg zuivere zeep.
De washandjes waren op, maar je kunt ook een andere handdoek voor nemen.
Toen afdrogen, waarbij er ineens bloed op de handdoek zat. Het bleek uit de neus te komen.
De lange onderbroek die hij vervolgens aanmoest liet ik natuurlijk even door een plasje slepen zodat het aandoen moeilijk ging.
Een broeder gaf mij witte klompen omdat ik op mijn sandalen sta te glibberen als op ijs.
Daarna heb ik nog een patiënt gewassen en aangekleed, wat veel beter ging toen, maar terwijl ik hem het hemd over het hoofd trek besef ik dat ik mijn douche-patiënt vergeten heb een hemd aan te doen.
De hitte in de zaal doet me besluiten het niet erg te vinden en het maar zo te laten.
Ondertussen is het tien uur geworden en is het tijd voor koffie.
Gerard ziet er ook wat ontdaan uit en dat troost me een beetje.
Om het hardst hebben we onze handen staan wassen.
Zwijgend zitten we tussen het personeel in de koffiekamer.
Zelf blijf ik urine ruiken, overal. Reukhallucinaties waarschijnlijk.
Het hoofd heeft een gesprek met een dokter over een enige weken geleden overleden patiënt die waarschijnlijk in bed was gestikt.
De grappen rolden heen en weer waarbij vooral de dokter zich onderscheidde met het uitvinden van bijvoeglijke naamwoorden die de situatie moeten weergeven.
Het lijkt op een studenten cabaret.
De luchthartigheid waarmee over patiënten werd gesproken deed Gerard en ik elkaar steeds aankijken. Waarschijnlijk wordt iedereen zo op den duur.
Na een uur is de koffie op en vraagt men ons mee te helpen de bedden op te maken.
Zelf help ik het afdelingshoofd. Zijn tempo is onwaarschijnlijk hoog.
Elke handeling heeft zin, dit in tegenstelling met die van mij. Maar alles komt glad erop te liggen.
Iemand schopt bij ongeluk tegen een gevuld urinaal. Flinke plas op de grond.
‘Zal ik een dweil halen’ vraag ik. Dat hoefde niet. Een pyama die op het bed lag wordt in de plas gelegd en met de klompvoet heen en weer bewogen en tussen duim en wijsvinger in de vuilewaszak gedaan. Ja zr. Klinkert, zo kan het ook.
Verhalen worden verteld. Dingen die jaren geleden gebeurd zijn en waarschijnlijk het paviljoen zullen overleven.
Van de patiënt met één oog. Als je vroeg ‘Waar is je andere oog?’ zei hij, ‘dat hebb’n de Duutsers opvreetn’.
Of van de zuster die, als ze de achterzijde waste, altijd op één knie ging zitten achter de patiënt. Op een keer had een patiënt last van spuitpoep en jawel, het ging zo in haar v-hals.
De zuster pakte een doek, wrijft wat tussen haar borsten en zegt de onsterfelijke zin, ‘Zo, vanavond maar even douche ja!’
Half twaalf inmiddels en tijd om de eetzaal klaar te maken.
De mannen worden uit het dagverblijf gehaald en in de eetzaal neergezet.
Er wordt een slab omgedaan en inmiddels is de VW bus met middageten gekomen.
Sommige patiënten moeten worden gevoerd en Gerard en ik kunnen hier wat bij helpen.
Onvoorstelbaar, hoe snel het gemalen voedsel naar binnen gaat.
De soep vooraf geeft een flinke rommel. Bij verschillende mensen zit de vermicelli in het haar.
Zo wordt het half één en mogen wij gaan eten tot half twee.
Eenmaal buiten snuif je de frisse lucht in of je daar drie maanden niet van hebt kunnen genieten.
Eten is er voor Gerard en mij n iet bij. Beiden kunnen we geen hap door de keel krijgen. Nu krijgt al die trieste ellende van de ochtend pas goed vat op mij. De tranen staan achter m’n ogen.
Om half twee zijn we weer present.
Het meisje van de arbeidstherapie heeft hulp gevraagd en de broeder die de garderobe van de patiënten bij houdt ook.
Ik krijg de garderobe van de patiënten als werkterrein. Makkelijk werk waarbij de tijd snel voorbij gaat.

Half drie ongeveer is het tijd voor thee.
Weer gegroepeerd rond de tafel met zijn allen zeg ik dat wij een verslag moeten maken van deze dag.
De sfeer verandert daardoor iets. Minder gekheid is nu het parool en iets ernstiger wordt er op diverse dingen ingegaan.
Op Gerards vraag of wij de bovenverdieping mochten zien werd bevestigend geantwoord en zo werd rond half vier allen bóven getoond en zeer serieus uitgelegd.
Zo was het over vieren voor we er erg in hadden.
Na het hoofd te hebben bedankt en afscheid van de anderen te hebben genomen was deze stagedag ten einde en ging ik persoonlijk, met zeer gemengde gevoelens het weekend in.
Het hopeloze gevoel wat mij bekroop terwijl ik bezig was op de slaapzaal zal nog wel even blijven hangen, al besef ik dat alles wat wij gezien en gehoord hebben misschien de enige juiste manier is om een dergelijke afdeling te runnen.

blz. 6 & 7 – Bloembollen – Zomerfeest

Bloembollengebruikers opgelet!

VOORDEELPAGINA

Zomerfeest

Op 30 augustus vierden we dit jaar weer ons jaarlijks zomerfeest, dit keer waren we door de weersomstandigheden gedwongen naar binnen te gaan met de diverse festiviteiten.
Ondanks het binnen zijn kunnen we zeggen dat het een geslaagd zomerfeest is geworden.

In eerste instantie al de aanvang, een brandweer trekt immers altijd nogal wat publiek.
Daarna Akkie de Jong die in die periode haar twaalf en een half jarig jubileum vierde, en derhalve gevraagd was het zomerfeest voor ons te openen. Een gefingeerde brand op het dak van de grote zaal was de oplossing om dit zomerfeest een beetje spektakulair te openen.
Dan de spelen, dit jaar niet meer alleen bemand door de therapieleiders en – leidsters, maar ook door vrijwel alle personeel van de Technische dienst. Dit mede om personeel van de bezigheids- en arbeidstherapie vrij te spelen om op deze dag assistentie te verlenen in de paviljoenen. Een geweldige oplossing bleek dit te zijn.

We hadden dit jaar een enorm enthousiast stel medewerkers die de grondslag hebben gelegd voor een erg geslaagde dag.
Het is niet juist om hier namen te gaan noemen vanwege het simpele feit dat we dan alle namen zouden moeten gaan noemen.
Ook heeft het ons erg prettig getroffen dat we dit jaar weinig of geen nawerk hebben gehad met betrekking tot het opruimen van de spullen.
Iedereen heeft na afloop van het zomerfeest er zijn steentje toe bijgedragen om alles opgeruimd achter te laten.
Jammer was dat het eindspel letterlijk in het water viel door de enorme plensbui die meende om precies dezelfde tijd te moeten losbarsten. We hadden dit keer geen waterspel bedacht, dat deden onverwacht de wolken voor ons.
Toch hulde aan de technische dienst en de mensen van het hoofdgebouw dat ze ondanks het weer toch dapper op die onmogelijke fietsen stapten.
Wij vinden het erg fijn zo vol enthousiasme te kunnen praten over dit zomerfeest en daarom is een bedankje aan alle medewerkers, direkt of indirect (er zijn mensen die zich vooraf enorm hebben ingespannen maar op het zomerfeest zelf er niet konden zijn) op zijn plaats.

Afdeling rekreatiewerk
Joke, Jannie, Liesbeth en Paul

blz. 8 – Welkom op Dennenoord

DE GROEP VOOROPLEIDING ZIEKENVERZORGING: V.l.n.r.: Johan Berghuis, Nelly den Oude, Doortje Hakkert, Marianne Bouwmeester, Willy Keizer, Adriana van Zanten, Grietha Noorda, Anne Stiepel, Harma Visser, Beneden v.l.n.r.: Trijnie Wilts, Maria Feijkens

DE GROEP VOOROPLEIDING B VERPLEGING: Onderste rij v.l.n.r.: Janny Braam, janke Bootsma, Gerrie Prins, Dia Bijleveld, Anneke Lambeck. Middelste rij v.l.n.r.: Els v.d. Schaaf, Alice Minkes, Tineke ter Beest, José Ophorst, José Schutrups, Corrie Minkema, Neel Oosterbos, Carin Mannak. Bovenste rij v.l.n.r.: Lina Oomen, Kobina Korte, Yvonne Habes, Johan Duzink, Bart Bulst, Herman Meinders, Pier Heemstra, Johan Kuiper, Ter Poelstra. Niet aanwezig waren: v.d. Hoeven, Mia Brink, Yolanda Eggen.

DE GROEP AANKOMENDE THERAPIE: V.l.n.r.: Douwe Boddeüs, Marion Florentinus, Linda Kuijper, Andries Otten, Trijntje de Boer, Arenda Hamminga, Menno Otten.

DE GROEP SA 2A EN Z GEDIPLOMEERDEN: Staande v.l.n.r.: Herma Veldsink, Ferry Timmerman, Gerrit Luttikholt, Pieter-Jan Soepboer, Susan Jorna, Michiel Galanina, Karin de Bont, Beja Schutter, Gerda Koster, Bart de Jager, Boonstra, Hetty Scholten, Ine Groenewegen, Wilfried Middelhuis. Onderste rij v.l.n.r.: Ben de Geur, Petra Ruitenbeek, Andries Koops, Anne v.d. Veen, Trijnie Lanting, Jannie Veenema, Coby de Boer.

blz. 9 – Film

blz. 10 – Oriënteringsrit – Klaverjaswedstrijd – Spreekwoorden

Geslaagde
oriënteringsrit

DEELNAME: 14 AUTO’S (IN 1977: 17 AUTO’S)

Ondanks het mooie weer was er jammer genoeg minder belangstelling dan vorig jaar.
Maar diegenen, die hebben meegedaan, hebben toch kunnen genieten van een prachtig uitgezette tocht. men had de moeilijksheidsgraad enigszins aangepast ten opzichte van het vorig jaar, maar desondanks zaten er weer verschillende voetangels tussen en had men weer heel wat adders onder het gras laten lopen.
Om u nog even meet te laten genieten, zal ik proberen een paar adders te pakken te krijgen. De start was bij het vormingscentrum, waar zich de blauwe startvlag bevond. Na de 1e weg rechts te zijn ingegaan, moesten we bij de Ontmoetingskerk afslaan. Jammer dat de kerk links van de weg stond, want alleen oriënteringspunten die rechts staan mogen meetellen, tenzij het uitdrukkelijk aangegeven wordt. In dit geval moest men dan ook doorrijden naar het volgende oranje vlaggetje met verwijzing naar het volgende punt. Vervolgens kwamen we bij de volgende adder. Na ‘De Schakel’ 2e weg links. Velen namen ook de 2e weg links, maar in de instruktie stond heel duidelijk, dat de opschriften van oriënteringspunten tussen aanhalingstekens moesten staan, en ‘De Schakel’ stond al tussen aanhalingstekens op het bord zodat hier een dubbel stel aanhalingstekens had moeten staan. Die stonden er niet, zodat men hier door moest rijden naar het volgende vlaggetje. Na verloop van tijd kwamen we tussen Zuidlaren en Zuidlaarderveen te zitten. Ook hier zat een klein geniepigheidje. men had amper de bocht genomen, toen zich reeds het volgende herkenningspunt aandiende. N.l. 5000 volt stond te lezen op de hoogspanningskabelmasten. Ook wij gingen hier grandioos de mist in.
Na dit incident kon men vrij snel Hoogezand bereiken, nadat men noch eerst het opschrift Fiat goed verwerkt had. Een schrijffout in v.d. Duym van Maasdamweg bracht vervolgens menigeen weer in verlegenheid. Zelfs de bushalte zonder enz. genoemd, deed hier nog een schepje bovenop. Dat menig persoon moeite had met het onderscheiden van een reegeit en een reebok zal een tekortkoming zijn in het niet hebben gevolgd van biologie.
Nadat we de P, die niet tussen aanhalingstekens stond, goed of fout hadden genomen, kwamen we bij het eindpunt van de eerste helft van de rit aan. Hier werden we van drinken en snoep voorzien en werd tevens een behendigheidsspelletje of een geluksspelletje zoals je het ook kunt noemen, -gedaan. De uitslag hiervan werd omgezet in strafpunten.
Na 20 minuten te hebben gepauzeerd werd het tweede deel van de rit begonnen. Via Kropswolde ging het weer richting de Groeve. Bij de Groeve gingen we achterlangs weer richting Zuidlaren, waar zich hier en daar nog kleine addertjes aandienden.
Deze waren evenwel zo weinig van betekenis en dienden alleen maar om een beetje verwarring te stichten. Na ‘3 x 22’ kon als enige nog problemen geven. De finish was weer bij De Schakel. Nadat iedereen zich tegoed had gedaan aan een lekkere kop koffie of iets fris werd na afloop van de tijd de uitslag bekend gemaakt.

Met vriendelijke groet,
A. Meijer.

 

blz. 11 – Een maand op Dennenoord – Verpleging en bescherming

Een maand op Dennenoord

REAKTIE STUDENTE PSYCHOLOGIE

De maand augustus heb ik als vakantiewerker op ‘Dennenoord’ doorgebracht. ik bemerk bij mijzelf, dat ik hierover eigenlijk wel wat impressies kwijt wil. Daarom heb ik maar besloten een ingezonden stukje te schrijven.
Enerzijds merk ik bij mijzelf, dat ik een heleboel opgestoken heb in één maand. Anderzijds zijn er ook genoeg zaken geweest, waar ik mijn bedenkingen tegen heb. Maar goed, als studente psychologie wil je de praktijk wel eens van dichtbij zien.
Begin augustus ben ik begonnen. Na een rondleiding en een paar dagen samenwerken met diverse leerlingen, draaide ik al gauw vroege diensten alleen. Van inwerken was echter nog geen sprake. Men had hier schijnbaar geen personeel voor. Weigeren van alleen-draaien is een mogelijkheid. maar hier wist ik niets van. Late diensten heb ik ook gedraaid en dat vond ik wel een zware klus. De verantwoordelijkheid, die ik te dragen had, was soms echt wat zwaar. Eigenlijk is het niet juist, dat vakantiewerkers medicijnen ronddelen bv. bedenkend, dat eerstejaars psychiatrisch verpleegkundigen geen medicijnen mogen ronddelen, maar in tijden van personeelstekort en/of ziekte kan dit allemaal wel. Voor mijzelf een hoogst onbevredigende situatie: ik weet immers haast niets van medicijnen af, bovendien draag ik wel de verantwoordelijkheid als er iets fout gaat. Het lijkt me daarom veel beter, dat de mensen, die de medicijnen in de bakjes doen ’s morgens, ook de boel ronddelen.
Verder viel het me op, dat het grootste deel van de verpleegkundige staf weinig of niets wist van de achtergronden van de patiënten. Herhaalde pogingen mijnerzijds liepen op niets uit. Men reageerde wat lacherig en vroeg zich af, wat het nut was van dergelijke informatie. Men begreep niet wat met informatie kon worden gedaan. Nu was het niet mijn bedoeling om het hele doopceel gelicht te zien van deze patiënten; alleen adekwate gegevens dus. Ik blijf dan ook van mening, dat de verpleging meer moet weten over de mensen, die verpleegd worden. Men moet de patiënt kunnen plaatsten en daardoor kan men veelal beter met die mensen werken.
Op het paviljoen, waar ik werkte, gaf men wat af op de theorie, waardoor zich een soort fatalisme ontwikkelde. M.a.w. die mensen zitten hier nu eenmaal en we doen er ook maar niet teveel meer aan: het is toch hopeloos. Geef ze hun natje en droogje en that is all. Waar blijft de psychotherapie in deze? En wat is de rol van de heren en dames academici in deze? Joost mag het weten.
Bestaat hun bijdrage puur uit het geven van adviezen en het vergaderen? Wat is hun taak m.b.t. de individuele patiënt?
Medicijnen zijn in de plaats gekomen van de ketenen van de vorige eeuw, waaraan de gestoorden vastlagen. Een indirekte monddoodheid dus. Schrappen van medikatie sta ik ook niet voor, maar waarom stelt men de boel niet regelmatig bij?
Het blijkt gewoon, dat de academici op met name paviljoen 8, duidelijk te weinig tijd steken in de patiënten. Drie uur in de week voor ongeveer achttien dames op de voorkant is ronduit te weinig en eigenlijk een trieste zaak. Maar de psychiaters en psychologen blijken ieder 3 à 4 paviljoens onder hun hoede te hebben. De hele kwestie is dus terug te voeren op te weinig personeel in deze beroepen (terwijl er toch zo velen werkloos zijn) en interesse van de hoge heren zelf.
Want waar is het zo belangrijke luisterend oor gebleven?
U zult wel gemerkt hebben, dat ik bepaald geen hoge pet opheb van de rol van academici als zodanig op het paviljoen, waar ik werkzaam was.
Dit hoeft voor mij niet, ik schaam me er voor.
Want psychologie wordt zo teruggevoerd tot eigenbelang en is zo ook ethisch niet meer verantwoord.

Jacinta P.A.M. Schrijer,
Groningen.


Verpleging en bescherming

Bovenstaande uitdrukking is ons niet vreemd en als en een stukje onder deze kop geplaatst wordt in ons personeelsblad, is een ieder er van overtuigd dat het hier gaat over de eigenlijke taak van ziekenhuispersoneel.
Maar als ik u onthul, dat het deze keer niet gaat over mensen, die ons ziekenhuis bevolken, maar over de bebossing op het terrein, dan zal de kop boven dit stukje, vak- of roepingsbewust personeel wellicht profaan overkomen, want om voor mensen en bomen dezelfde uitdrukking te gebruiken, gaat wel wat ver. Hoewel sommige mensen…. en sommige boomstammen…. Maar men moet niet overdrijven. De uitdrukking is gelukkig dan ook niet van mij (want wie ben ik), maar het is een officiële werkaanduiding in het ‘werkplan’ dat Staatsbosbeheer ieder jaar samen met de plantsoendienst opstelt voor de boswerkzaamheden.
In datzelfde werkplan is ook een hoofdstuk dunning en velling. Voor dit seizoen zijn voor velling aangewezen de fijnsparren in het bosperceel tussen de flats en de Schipborgerweg. Voor iemand die de moeite neemt om eens een kijkje te nemen in het genoemde bosperceel, is de noodzaak van deze maatregel al snel duidelijk.
Een groot deel van de bomen is al dood of is in zeer slechte staat. Dit geldt echter alleen voor de fijnspar, overig naaldhout en het loofhout wordt gespaard.
Binnenkort wordt met velling begonnen.
De ontstane ruimten zullen zo mogelijk dit jaar nog worden ingeplant met plm. 1500 jonge eiken.
Nu heeft de moderne techniek ons ‘gezegend’ met motorkettingzagen, die naast grote voordelen het nadeel hebben nogal wat lawaai te produceren. Ik ben me ervan bewust dat dit voor sommige bewoners van de flats, die een nachtdienst hebben, problemen kan geven. Mogelijk kunnen ze tijdelijk een andere slaapplaats vinden of misschien is het hoofd onder het kussen in plaats van erop een oplossing. Wij van onze kant zullen trachten de overlast zoveel mogelijk te beperken.
Een tenslotte tot (schrale) troost, het zal voor wat betreft dit bosgedeelte de eerstvolgende 100 jaar niet weer nodig zijn. Zo gezien is een beetje ongemak eens in de 100 jaar eigenlijk de moeite van het niet noemen waard.
Hoewel er zijn mensen…. en boomstammen….

S. Zoodsma

blz. 12 – Verrasingstocht

Verrassingstocht 25 augustus

Voordat ik met dit reisverslag wil beginnen, wil ik allereerst het team van de S.O.P. bedanken voor het uitstippelen en tot stand brengen van deze tocht.
Dan spreek ik niet van mij alleen, maar van alle deelnemers, die deze tocht meebeleefd hebben.
Vaak in de allergekste omstandigheden. Om nu met het verhaal te beginnen, wij werden allen om half negen in De Schakel verwacht.
Het was meteen al een drukte van belang, want we werden verdeeld over twee bussen.
Gelukkig was het dat de echtparen niet werden gescheiden, men kreeg dus geen scheve verhouding. Dit werd in de loop van de dag natuurlijk wel anders.
Toen alle mensen, lunchpakketten, en andere dingen in de bus waren, vertrokken wij. De chauffeur van de eerste bus had de leiding natuurlijk, wij in de tweede bus volgden hem op de voet. Hij zette koers richting Vries, Donderen, Norg, Appelscha. Dit gedeelte werd helemaal binnendoor gereden, omringd door bossen en heidevelden, een fantastisch gezicht.
Verder reden we richting Steenwijk naar Giethoorn. Hier kregen we voor het eerst een kop koffie. Eén van onze mensen had zijn filmcamera meegenomen om de mooiste opname’s te maken natuurlijk. Al heel gauw kreeg men dit in de gaten, en gelijk trok men lelijke gezichten, een blote buik werd spontaan getoond, en weer iemand anders ging bijna door z’n knieën vanwege de zware koffie, die hij daarnet had gedronken. Toen iedereen weer in de bus was, reden we de polder door, richting Emmeloord.
Een hele tijd hebben we daar rondgereden en op een gegeven ogenblik kwamen wij in het Friesche Workum. Hier kregen wij onze lunchpakketten, heerlijk, want iedereen kreeg trek in eten. Al wandelend hebben wij ons brood gegeten en genoten van het mooie plaatsje. In Workum is een aardewerk-pottenbakkerij, die door ons werd bezichtigd. Heel interessant om deze man aan het werk te zien, hij boeide ons erg, en toonde ons veel moois.
Na Workum gingen we richting….?
Ja, waarheen! Dat is nu een verrassing! Waar we toen heengingen, zal menigeen nog lang heugen, denk ik. Het was een klein plaatsje, Allingawier genaamd. ’t Is een mini-terpdorpje met ongeveer 30 inwoners, hier staat een 18e eeuws museum-boerderij, ‘De Yzeren Kou’ genaamd.
In deze boerderij werden we ontvangen door een zeer geestige gastheer en kregen we koffie aangeboden. Op een zeer boeiende wijze werd ons verteld (de gids sprak in verschillende toonaarden), over het leven van een boerengezin omstreeks 1880.
Na zijn geweldige rede mochten we alles in en om de boerderij bekijken. In de boerderij is een complete kaasmakerij, een hele verzameling arresleden, boerenwerktuigen, uilenborden en een karmolen te zien. Men kon zien hoe ze sliepen in de bedstee + kribje voor de baby, in de varkenshokken sliep men in het stro. Buiten was er natuurlijk de beroemde kakdoos, met daarbij ook een plasplaat voor de mannen. Eén van ons gezelschap wilde best even een demonstratie geven, maar werd al gauw door zijn vrouw tegengehouden.
Rondom deze boerderij stonden oude wagens, karren en rijtuigen opgesteld. Hier werden de nodige foto’s en dia’s gemaakt, een echtpaar onder ons vertelde, dat zij in zo’n koets zijn getrouwd, erg mooi om na zoveel jaren nog eens op deze wijze in de koets te zitten voor de foto.
Toen we weer naar de bus terug liepen, volgde weer een verrassing. Dit werkte zo op onze lachspieren, dat we maar amper onze plaats in de bus konden innemen.
De chauffeur vroeg of wij hadden genoten, ja was ons antwoord.
Dwars door Friesland’s dreven reden we naar Sneek, daar mochten we een klein uurtje winkelen. Menigeen kwam terug met iets leuks, de één had een vishengel gekocht, de ander een prachtig overhemd, weer iemand een zak met lekkers, en ga zo maar door.
Tegen de avond of laat in de middag reden we weer verder. Waarheen leidt de weg, die wij moeten gaan? Steeds werd deze vraag weer herhaald, maar een antwoord kregen we niet. Op een gegeven moment werd er gestopt voor de Batavus-fabriek in Heerenveen. Als we heel rustig naar binnen gingen, kregen we misschien wel een fiets kado, werd ons gezegd.
Eenmaal binnen gekomen, zagen we allemaal oude fietsen, motoren, auto’s en arresleden staan. Zelfs de fiets van Willem Dussel stond er tussen, hij heeft onlangs een tocht door Amerika gemaakt. Een oude gids leidde ons rond door deze showroom en vertelde ons over deze fietsen, auto’s enz. Voor de mannen erg interessant, de dames hadden het al heel gauw bekeken.
Eindelijk was het nu tijd om te gaan dineren, met vooraf een borreluurtje. Iedereen had zin in iets lekkers, dames die advokaat aten met slagroom alsof het pudding met slagroom was, en dan de heren niet te vergeten, ook zij namen graag een lekkere borrel.
Het diner was in één woord heerlijk, alles er op en er an. Iedereen kon naar hartelust eten in hotel Tropenfauna bij Heerenveen. Als er niet genoeg was, kreeg men weer een volle bak. Het menu bestond uit soep, groente, gebakken aardappelen, gekookte aardappelen, worteltjes en boontjes, karbonade en ijs toe.
De nodige verhalen en moppen ontbraken ook dit keer niet, en werden dan ook op een vaak luide toon verteld.
Toch waren er enkelen onder ons, die niet zat te krijgen waren, en kregen zoveel mogelijk alle schalen naar zich toegeschoven. Dat werd ook te gek, en men hield zich voor verzadigd. Aan het diner werd ons gezegd dat dit een fijne afsluiting was van deze zo bijzondere dag, en dat wij nu terug gingen naar Zuidlaren.

Goed, halverwege de terugtocht, die leidde door een grandioos mooi natuurgebied, werd de weg ons wel wat vreemd. Toch had men nog iets in petto, er werd promt gestopt op een stil, smal weggetje. De Grote Verrassing volgde, het lag verscholen achter een bosje, en wij moesten onze bikini’s, zwembroeken en zwemvesten aan doen, want we gingen nog even het water op. Onbegrijpelijk allemaal, maar goed. We gingen kijken wat er achter dat bosje verscholen lag, en dit was het.
Een prachtige rondvaartboot lag op ons te wachten en zou ons brengen van Kalenberg naar Ossenzijl, een tocht van ruim een uur. Niemand had dit durven dromen, geweldig wat een tocht, heel jammer dat het al donker begon te worden en niet alles meer goed was te zien. De bewoners aan het water vonden het maar een vreemd gezicht, dat er op de avond zo laat nog een plezierboot voorbij voer. Men stond overal voor de ramen te zwaaien naar ons, en wij natuurlijk terugzwaaien.
Koffie en drank konden we aan boord kopen, en daar werd ook goed gebruik van gemaakt. In de haven van Ossenzijl werden we opgewacht door onze chauffeurs, de loopplank werd uitgelegd en iedereen kon uitstappen en in de bus gaan.
Nu werd er aan de terugtocht naar Zuidlaren begonnen, onder luid gezang, want de borrel begon toch aardig te werken. Enkelen van de ouderen waren al wat ingedommeld, ’t is ook niet niks om zo’n tocht te maken, en niet te weten waar men heengaat.
Ook wil ik de chauffeurs niet vergeten, ook zij worden bedankt voor het vervoeren van ons, we hebben genoten van Uw spontane uitleg tijdens deze tocht, Uw vriendelijkheid steeds weer. Hartelijk dank namens ons allen. Met het zingen van ’t Is weer voorbij die mooie zomer’ reden we Zuidlaren binnen.
Tegen twaalven waren we weer bij De Schakel. Het is voorbij, jammer, maar hopende dat we een volgende keer weer zoiets tegemoet mogen zien.
Nogmaals hartelijk dank, mannen van de S.O.P.

Eén van de jongere deelnemers

blz. 13 – Geslaagd!

Geslaagd

Overgangsexamens

S I B

  • Mej. A.J. Cnossen
  • Mej. F. Deinum
  • Dhr. D. Dijkstra
  • Mej. I.H. Koopmans
  • Mej. F.H. Kuiper
  • Dhr. J.J. Kuipers
  • Dhr. P.L. v.d. Ploeg
  • Mej. I.D. Schrage
  • Mej. J. Sleiderink
  • Mej. Y.W. Stoit
  • Dhr. J. te Velde
  • Dhr. F.G.H.P. Verheijnen
  • Mej. A. Wilgenburg

S II B

  • Mej. J. Bandringa
  • Dhr. C. Boom
  • Dhr. J. van Dijk
  • Mej. H. Galema
  • Dhr. J.S. de Haan
  • Mej. J.P.M. Jaspers
  • Mevr. K. Moorlag-Hooijer
  • Dhr. J. Okken
  • Mej. E.J. v. Otterlo
  • Dhr. G. Vels

S II B

  • Dhr. I. Bos
  • Dhr. G.J. Bosma
  • Dhr. H. v. Dijk
  • Mevr. E. v. Dijk-Dijkgraaf
  • Dhr. G.H. Germus
  • Dhr. H. Kloek
  • Mej. J. Koopman
  • Mej. A. Siebring
  • Mej. E.F. Timmer
  • Dhr. R.A. Vos
  • Mej. G. Wolfs

Eindexamen
B. opl.
A III

  • Dhr. S. Bakker
  • Mevr. D. Plas-v.d. Berg
  • Dhr. A.H.H. Buerger A-dipl.
  • Mej. C.A. Bult
  • Dhr. J.G. Hemmes
  • Mej. G. Hendriks
  • Dhr. A.M.A. Hovius A-dipl.
  • Mej. R.B. Jansen A-dipl.
  • Dhr. H. Jongsma A-dipl.
  • Dhr. W. de Lange A-dipl.
  • Mej. M.C. Snel A-dipl.
  • Mej. A. Stobbelaar A-dipl.
  • Dhr. L. Tjio
  • Mej. J. Visser
  • Mej. R. de Vries
  • Dhr. J.W. Wesselink A-dipl.

blz. 13 & 14 – Een oude vrouw schreef….

Een oude vrouw schreef dit….

Wat zie je zusters, wat zie je?
Wat denk je als je naar mij kijkt?
Een kribbige oude vrouw, niet erg bij de tijd.
Een beetje onzeker met starende ogen, die met haar eten knoeit en geen antwoord geeft.
Als je met een hard stemmetje zegt:
‘Ik wou dat je ’t nou maar eens probeerde’.
Die schijnbaar niet merkt, de dingen die je doet,
En steeds weer iets kwijt is, een kous of een schoen,
die zonder tegenstribbelen laat doen wat je wilt.
Met wassen en eten, de lange dagen laat vullen,
denk je dat, zie je dat? Jullie?
Doe dan je ogen eens open zuster, je kijkt niet eens naar me.
Ik zal je eens wat zeggen wie ik ben, als ik hier zo zit,
als ik plas op jouw bevel en eet wanneer jij het wilt.

Ik ben een meisje van tien met een vader en moeder,
broers en zuster, die allen van elkaar houden.

Een jong meisje van zestien met vleugels aan haar voeten,
dromend dat ze nu spoedig de liefde zal ontmoeten.

Een bruid van twintig, m’n hart springt op,
als ik denk aan de beloften die ik beloofde te houden.

Vijfentwintig en ik heb zelf kleintjes,
die me nodig hebben, om een veilig, gelukkig huis te bouwen.

Een vrouw van dertig, de kleinen worden snel groot,
verbonden door banden die zullen blijven.

Veertig, m’n zoontjes zijn volwassen geworden en uitgevlogen,
maar m’n man is bij me om te zorgen dat ik niet treur.

Vijftig en weer spelen er babies op mijn schoot,
weer zijn kinderen lief voor mij.

Dan komen donkere dagen, mijn man is dood,
ik kijk naar de toekomst en huiver van angst,
want mijn kinderen hebben nu zelf een gezin,
en ik denk aan de jaren en de liefde die ik kende.

Ik ben nu een oude vrouw, de tijd is wreed.
Het is haar grap om de ouders er als een dwaas te laten uitzien.

Het lichaam vervalt, gratie en energie verdwijnen.
Er zit nu een steen waar ik ooit een hart had.
Maar binnen in dat oude karkas woont nog dat jonge meisje.

Maar soms, zo nu en dan klopt mijn arme hart sneller,
ik herinner me de vreugde en denk aan de pijn,
en ik heb weer lief en leed m’n leven opnieuw.
Ik denk aan de jaren die voorbij zijn,
te weinig en te snel vervlogen,
en accepteer de harde waarheid dat niets kan duren.

Doe je ogen nu open zusters, doe ze open en kijk!
Kijk niet naar een kribbige oude vrouw,
Kijk eens goed zusters, kijk eens naar…. Mij!

In Engeland in het Askludie Hospital stierf een oude vrouw op de Geriatrische Afdeling.
Ze liet niets achter van waarde, maar de zuster die haar kastje opruimde vond…. dit!

blz. 14 – Advertenties – Puzzle

Advertenties

Puzzels

blz. 15 – Mutaties

Mutaties

VAN DE SALARISADMINISTRATIE

 

blz. 16 – Kerknieuws – Orgelconcert – Studiedagen – Ontspanningsprogramma

Kerkdiensten in de Ontmoetingskerk

Ontspanningsprogramma’s

Studiedagen voor predikanten

Agenda S.O.P.-aktiviteiten

Orgelconcert in de Ontmoetingskerk

 

Lentis Erfgoed is onderdeel van Lentis.